De Groene Live #26: Strijd om de ziel van Amerika. Kijk woensdag om 20.30 naar de live-uitzending. Meer informatie

Tegen het fatalisme

De Australische politicoloog John Keane beschouwt fatalisme als een antidemocratische kracht. Wie bij de pakken neerzit omdat hij de hoop op vooruitgang heeft opgegeven, redeneert hij, is verloren voor de publieke zaak. Keane heeft gelijk. Het belang dat de democratie heeft bij maatschappelijke en politieke betrokkenheid van mensen is moeilijk te overschatten. Een historisch voorbeeld zijn de opstanden tegen de communistische dictaturen in Oost-Duitsland (1953) en Tsjechoslowakije (1968). Met de gewelddadige onderdrukking van dat protest openbaarde zich het verraderlijke karakter van een bewind dat zich volksrepubliek noemde maar zich tegen het volk keerde. Vanaf dat moment was het wachten op het moment dat de sovjetsatellietstaten aan hun eigen bedrog ten onder zouden gaan, wat gebeurde met de val van de Muur in 1989.

De voorbeelden van politieke bewustwording die volgde op publieke manifestaties van woede over onrecht zijn legio. Zo drukten de scholierenstakingen die Greta Thunberg entameerde politici met de neus op het feit dat zij zonder ingrijpen in de klimaatcrisis het bestaan van toekomstige generaties verwoesten. En zo kan de politiek er dankzij de demonstraties van Black Lives Matter niet meer onderuit: de westerse wereld is nog lang niet in het reine met zijn koloniale geschiedenis en de schande van de slavernij. Met de erkenning dat in Nederland sprake is van ‘systemisch racisme’ neemt premier Mark Rutte die last van het verleden nu serieus en heeft hij zijn misplaatst laconieke houding over discriminatie laten varen. De kiezers kunnen hem aan die woorden houden.

Van politici die de rechtsstaat ernstig nemen verwacht je meer consideratie

Voor machthebbers is tegenspraak lastig, voor de democratie noodzakelijk. In de coronacrisis blijkt opnieuw dat politici die een andere zienswijze dan de hunne enkel en alleen als hinderlijk ervaren domme beslissingen nemen. Tekenend is dat het virus relatief het hardst toeslaat in landen met leiders die denken het zelf het beste te weten en die naar deze misvatting handelen: de VS, Rusland, Brazilië en het VK.

Voor politici schept het op orde houden van democratisch ethos verplichtingen. In de eerste plaats moeten ze verre blijven van opzetjes van populisten om de wetenschap en de rechterlijke macht in diskrediet te brengen of te morrelen aan hun onafhankelijkheid. Met hun expertise en objectiverende kwaliteit geven deze instituties tegendruk aan de waan van de dag waarvoor de politiek nogal gevoelig is.

In de tweede plaats rust op politici de verantwoordelijkheid de vrijheidsrechten te bewaken waarmee mensen inhoud geven aan hun maatschappelijke engagement, zoals de vrijheid van meningsuiting en de demonstratievrijheid. Onbeperkt is dat laatste recht niet. Niettemin gaf het in de controverse over de antiracismedemonstratie in Amsterdam te denken dat ook politici van democratisch gezinde partijen bereid bleken het zomaar terzijde te schuiven. Van de populisten in de politiek kun je zoveel opportunisme met rechten verwachten: voordat ze oordelen over een maatschappelijk protest kijken zij eerst of ze er electoraal beter van worden. Van politici die de rechtsstaat ernstig nemen zou je meer consideratie met burgerlijke vrijheden mogen verwachten. In het geval van het Damprotest hadden zij in het debat op z’n minst het democratische belang van de demonstratievrijheid moeten afwegen tegen de noodzaak de anderhalvemetermaatregel te handhaven.

Politici die het belang inzien van de maatschappelijke en politieke betrokkenheid van mensen zouden ook het eigen huis beter op orde moeten houden. Politieke partijen lijden aan verwaarlozing en functieverlies. Ze organiseren zich allengs meer als campagneorganisaties die het doel zo veel mogelijk stemmen te trekken vooropstellen. In zo’n wereld van campagnestrategen en spindoctors zijn de idealen waarvoor politiek bewuste burgers de partij ooit oprichtten van minder belang dan de kansberekening voor de volgende verkiezingen. De logische vervolgstap is dat partijen zich ontwikkelen tot ‘bewegingen’: permanent propaganda voerende organisaties onder aanvoering van een leider die de keuzes maakt. Dat is geen stimulerende habitat voor burgers die hun betrokkenheid bij de publieke zaak in politieke daden willen omzetten.