Tegen het gebral

De titel van dit boek, Problemen der democratie, klinkt wat benard, wat natuurlijk niet vreemd is als men kijkt naar het jaar van publicatie. In 1934 werd de democratie van alle kanten bedreigd. Fascisten en communisten deden alsof er geen andere keuze was dan die tussen hun ideologieën. Mussert of Moskou! En inderdaad maakten de democratische landen in Europa een bangelijke, weinig overtuigende indruk. Ook in Nederland werd de roep om een sterke man gehoord, al dacht men dan minder aan een geüniformeerde schreeuwlelijk dan aan een als ouderling vermomde zakenman als Colijn.
75 jaar later lijken deze problemen overwonnen, zodat het boek van W.A. Bonger hooguit nog antiquarische belangstelling verdient. Helaas is dit een misvatting. Fascisme en communisme mogen dan ten onder zijn gegaan, dat wil niet zeggen dat de democratie onbedreigd is. De historicus Jacques Presser schijnt ooit gezegd te hebben dat de fascisten van morgen zich zullen aandienen als antifascisten. Men kan dat ook wijder trekken: de antidemocraten van morgen zullen zich aandienen als democraten. Uit naam van ‘het volk’ wordt de democratie thans ondergraven door populisten van velerlei snit.
In Problemen der democratie laat de sociaal-democratische socioloog en criminoloog Bonger (1876-1940) niet alleen zien dat democratie met afstand het beste politieke bestel is, ook omschrijft hij heel precies aan welke voorwaarden een echte democratie dient te voldoen. Hij keert zich sterk tegen alle vormen van directe democratie, omdat die demagogie, ondeskundigheid en conservatisme in de hand werken. Wie de hedendaagse populisten gadeslaat weet hoezeer Bonger gelijk had.
Maar ook in een parlementair stelsel kan het misgaan, namelijk als de volksvertegenwoordigers niet méér zijn dan de boodschappenjongens van hun achterban. Op grond van hun kennis en inzicht moeten zij zelfstandig beslissingen kunnen nemen, waarvoor zij zich later dienen te verantwoorden. Het belangrijkste vraagstuk van de democratie is volgens Bonger dan ook de selectie van politici. Hoe kan men ervoor zorgen dat het landsbestuur in handen komt van hen die daarvoor het best gekwalificeerd zijn?
Bonger pleitte voor realiteitszin en fatsoen en keerde zich tegen het gebral van de toenmalige antidemocraten. Fascisme en communisme zag hij als typische jeugdbewegingen, ideologieën die appelleerden aan gevoelens die kenmerkend waren voor mensen die nog niet volwassen waren. Sinds de infantiliseringsbeweging van de jaren zestig is het percentage geestelijk onvolwassenen eerder gegroeid dan afgenomen. Daarom is Bonger nog altijd actueel.

W.A. Bonger, Problemen der democratie: Een sociologische en psychologische studie, De Arbeiderspers, 1934 (laatste herdruk 1976)