Tegen negatieve vibes

Catherine Lacey schetst tegen een alledaags decor zotte situaties; personages die normaal lijken, blijken bij nader inzien freaks. Haar toon is altijd licht, bijna droog. Het cynisme is van de speelse soort.

Een stel maakt ruzie op straat. ‘Waarom ben jij mij niet?’ vraagt zij hem boos. ‘Waarom pak je het leven niet aan zoals ik zou doen? Ik dacht dat verliefdheid betekende dat je twee mensen wordt. Hoe kun je iets doen wat ik nooit zou doen?’

Haar woorden zijn typerend voor een tijd waarin we het liefst alles zelf bepalen, tot aan het gedrag van de ander toe. Is dit op zich al een interessante gedachte, in De antwoorden, de tweede roman van de Amerikaanse schrijfster Catherine Lacey, wordt ieder idee gelardeerd met méér ideeën. Dus spreekt de vrouw haar woorden niet zelf uit; ze worden haar in de mond gelegd. Verderop in de straat staat nóg een stel, dat de ruziënde geliefden nasynchroniseert. En ook dat stel wordt gesouffleerd. Ze doen alsof ze een stel zijn. In De antwoorden worden de ideeën herhaald en gedubbeld. Relaties en personages passeren en spiegelen elkaar, lopen parallel en raken nooit – niet echt. Iedereen is alleen.

Small lacey   auteursfoto 2
© Willy Somma / Das Mag

Mary is een millennial in New York, stad bij uitstek voor synchrone eenzaamheid. Ze heeft geen specifieke karaktertrekken, en trouwens ook geen opvallend uiterlijk. Ze heeft een dead end job bij een reisbureau en gaat gebukt onder een reeks welhaast kafkaëske kwalen: hoofdpijn, rugpijn, maagklachten. Een constant droge mond, uitslag over haar hele lijf. Benen die steeds in slaap vallen, waardoor ze ‘strandde op kantoor, in bad of bij een bushalte, terwijl de M5 aankwam en vertrok, kwam en vertrok’.

Een jaar lang heeft Mary geen leven, ‘alleen symptomen’. Dan ontdekt ze pneuma-adaptieve kinesthesie, ‘feng shui voor het energetisch lichaam, een guerrillaoorlog tegen negatieve vibes’. pak werkt, maar de sessies zijn duur. Na een korte proloog opent De antwoorden met Mary’s woorden: ‘Ik kon geen kant meer op.’ Een falend lichaam dwingt haar tot pak; pak dwingt haar tot het nemen van een tweede baan; die baan dringt haar nog verder in een hoek.

‘Wat wil een mens nog meer dan proberen een ander te veranderen en door een ander veranderd te worden?’

Het is legaal en het betaalt goed, meer weet Mary niet van de baan waarnaar ze solliciteert. ‘Heeft het werk met acteren te maken?’ vraagt ze wanneer ze tijdens de sollicitatie voor de camera teksten moet herhalen als: ‘Hoe was je dag?’, ‘Waar denk je aan?’ en ‘Dat zal wel moeilijk voor je zijn.’ Het blijkt te gaan om een vanity project van de wereldberoemde filmster Kurt Sky. Mary maakt als kruising tussen personal assistant en geliefde deel uit van een complete vloot van vrouwen, gecast in de verschillende rollen die een vriendin speelt. Het experiment ontleedt en kopieert de liefde, en test daarmee de maakbaarheid van een relatie. Echte relaties, heeft Kurt gemerkt, kosten te veel creatieve energie.

Er is een Boze Vriendin, die zeurt, manipuleert en ruzie zoekt; een Banale Vriendin die zomaar wat uit het raam staart; een Moederlijke Vriendin die boodschappen doet en de planten water geeft. Voor seks is er een heel Intimiteitsteam. Mary krijgt de belangrijkste rol toebedeeld: de Emotionele Vriendin. Haar taken lopen uiteen van luisteren en knikken tot het achterlaten van persoonlijke spullen in zijn appartement en vertellen dat ze van hem houdt. Achter de schermen worden de Vriendinnen gadegeslagen door een compleet team van wetenschappers. Hun emoties worden gemonitord, gemanipuleerd en vertaald naar data.

Tijdens de pak-sessies levert Mary zich over aan Ed. Hij manoeuvreert haar in posities, leest haar hele wezen af aan haar aura. Als ze met Kurt is, levert ze zich juist over aan zíjn wensen en nukken. ‘Interesseerde het hem helemaal niet wat zij te zeggen had?’ vraagt ze zich op zeker moment af. ‘Misschien zou ze nooit iets tegen hem hoeven zeggen en misschien vond ze dat wel best.’ De ik-vorm is inmiddels verschoven naar de derde persoon enkelvoud. Mary bekijkt zichzelf van een afstand. Ze draagt geen verantwoordelijkheid voor haar handelen. Na vier maanden zegt Mary tegen Kurt dat ze van hem houdt, precies zoals in haar contract staat vastgelegd. Kurt glimlacht en zegt: ‘Ik hou ook van jou’, maar klaagt later dat ze het op het verkeerde moment zei, op ‘een soort dood moment in het gesprek’.

‘Wat wil een mens nog meer dan proberen een ander te veranderen en door een ander veranderd te worden?’ peinst Mary in het begin van De antwoorden. Verderop wordt het nog explicieter: ‘Het leek haar dat mensen alles wat ze maar wilden als liefde konden betitelen, maar eigenlijk was het gewoon één lange manipulatie, een verandering en een bereidheid zich te laten veranderen.’ Lacey laat Mary valsspelen in de liefde: Mary is samen én alleen. Ze geeft zichzelf over én behoudt zichzelf. Zo houdt ze zichzelf intact. Ze hoeft geen compromissen te sluiten en ze hoeft zich niet te schamen voor de fouten die ze maakt, voor het feit dat ze niet perfect is. Het is de derde persoon enkelvoud die feilbaar is.

‘Ze werd misselijk toen ze bedacht hoeveel grammen van hem ze haar lichaam in gezogen had’

Als er een vraag is die Lacey’s roman probeert te beantwoorden, dan is het het probleem van samen zijn. Hoe kun je met een ander zijn? Of beter gezegd: hoe kun je met een ander zijn als het zoveel makkelijker is om alleen te zijn? De kwestie is de spin in het midden van het boek, daaromheen weeft Lacey een web van gedachten en ideeën, soms letterlijk verwoord door een van de vele personages, op andere momenten verbeeld via situaties, backstories of de kronkels van de plot. Meestal blijven haar ideeën steken in woorden, zo plat en zwart-wit als de letters op de pagina. Tegen het einde roept ze in ieder geval één sterk beklijvend beeld op, dat het contrast van overgave en controle illustreert. Kurt neemt Mary mee naar een gala en laat een jurkje voor haar maken: zwart, sleek en simpel. De jurk houdt niet op bij de hals maar bedekt ook haar hoofd, als een sluier of een kap. De jurk bewaart Mary’s anonimiteit maar maakt haar tegelijkertijd wereldberoemd wanneer #baglady trending wordt.

Het beeld van een gemaskerde vrouw op de rode loper, een ‘baglady’ met een zak over haar kop, oplichtend in de flitslichten van paparazzicamera’s, is grotesk. Schrijnend. Absurd, maar niet grappig. Steeds weer speelt Lacey met uitvergroting; het ene aspect houdt ze klein, het andere blaast ze op. Tegen een alledaags decor schetst ze zotte situaties; personages die normaal lijken, blijken bij nader inzien freaks. Tegenover muizige Mary zet ze personages als Boze Vriendin Ashley: bloedmooi, gebroken en met een bijzondere belangstelling voor ‘de schone kunst van mensen in elkaar slaan’. Lacey’s toon is altijd licht, bijna droog. Het cynisme in het hart van De antwoorden is van de speelse soort. Maar de schrijver geeft haar personages geen moment om adem te halen. Ze sluit steeds meer ramen en deuren, totdat Mary opgesloten zit.

De antwoorden vindt een natuurlijke metgezel in Hanna Bervoets’ Fuzzie, eveneens een roman over een cooky experiment dat de liefde manipuleert en, voor de lezer, deconstrueert. Bervoets’ experiment draait om een pluizig bolletje – ‘fuzzie’ – dat liefde ontlokt aan wie er ook maar mee in aanraking komt, tot een langharige teckel aan toe. Ook Bervoets deelt haar ideeën onomwonden: ze legt ze het pluizige ding in de mond. Al orerend over zaken als verliefdheid en eenzaamheid ontdoet het bolletje de liefde van al haar raadsels. Maar aan het slot van Fuzzie laat de schrijver tenminste één personage overrompeld worden door het soort aantrekkingskracht dat zich simpelweg niet laat analyseren.

Dat er zaken zijn die onbeheersbaar zijn, weet ook Lacey. Maar bij haar is dat gegeven een voedingsbodem voor fatalisme. Een flashback neemt de lezer mee naar het ontredderde New York van 9/11, waar Kurts laatste serieuze relatie stukloopt op het besef dat het noodlot onafwendbaar is. Hun tegengestelde reacties op de tragedie – zij overstuur, hij onaangedaan: ‘Hier hebben we geen controle over’ – maken de geliefden van het ene op het andere moment tot vreemden. ‘Ze bestudeerde zijn gezicht alsof het een voorwerp was’, schrijft Lacey. ‘Ze werd misselijk toen ze bedacht hoeveel grammen van hem ze haar lichaam in gezogen had. Waar bestond hij eigenlijk uit?’

Ook op Mary’s mislukte relatie wordt teruggeblikt: de extase van hun eerste ontmoeting (‘Ineens klopte er iets wat vroeger nooit had geklopt’) maar ook het pijnlijke einde, wanneer Mary haar best moet doen, als een klusje dat je verricht, om degene te zien op wie ze verliefd werd. ‘Het leek opeens of ze vervangen waren door kopieën van die mensen, en vervolgens door kopieën van kopieën, vager, almaar vager.’ Alleen zijn kost minder moeite.

In Eternal Sunshine of the Spotless Mind, Spike Jonze’s film uit 2004, worden Joel en Clementine voor de tweede keer verliefd. Ze weten precies waaraan ze beginnen, ze hebben vooruit gespoeld naar het slot. Ze kennen elkaars slechte gewoonten en weten van de ruzies. Maar ze doen hun ogen dicht en kiezen voor de liefde. Ook in Fuzzie weet de hoofdpersoon hoe lelijk het einde van de liefde is; toch begint ze opnieuw. Of dat naïef is, laat Bervoets aan de lezer. Dat de ander per definitie anders is dan jij, frustrerend anders, fantastisch anders, is in Fuzzie iets om je, al dan niet tegen beter weten in, te verheugen; in De antwoorden stemt het louter somber. Lacey dringt Mary verder en verder terug in haar bestaan, net zo lang totdat ze helemaal geen contact meer hoeft te maken, met wie dan ook. De schrijver sluit daarmee ook zichzelf in. In De antwoorden weerkaatsen vele ideeën, maar eigenlijk maar één mening.