Tegen president Morsi? Zet hier je handtekening

Caïro – ‘Heb je al getekend?’ vraagt Ihab. ‘Nee, nog niet.’ ‘Hoezo? Heb je geen Egyptische identiteitskaart? Ben je geen Egyptische? Houd je niet van je land? Teken!’

Langzaam haalt Ihab een netjes opgevouwen vel uit het borstzakje van zijn overhemd. ‘Protest tegen de regering van Mohammed Morsi en de Moslimbroederschap’ staat er onder meer. En: ‘Ik wil Mohammed Morsi niet als president.’ Vervolgens staat er een omlijnd vak waarin naam, identiteitskaartnummer, geboorteplaats en een handtekening moeten worden ingevuld. ‘We hebben al 7,5 miljoen handtekeningen verzameld’, meldt Ihab. Dat gaat snel, drie dagen eerder stond het aantal nog op zes miljoen.

Ihab is de neef van mijn vader. Hij is getrouwd en heeft twee kinderen. Ik herinner me hem nog goed van toen ik kind was. Ihab was toen een twintiger en bezig met alles behalve politiek. Nu spit hij de kranten door. Samen met twee nichtjes legt hij de dagbladen in stapeltjes en knipt ieder artikel uit dat te maken heeft met wantoestanden binnen de Moslimbroederschap en het rampzalige optreden van de Vrijheid en Rechtvaardigheidspartij van president Morsi.

Veel Egyptenaren zijn doodmoe van zijn politiek. De meesten proberen in ieder geval een deel van het nieuws te mijden. Maar de malaise is zo groot dat niemand om de politieke situatie van Egypte heen kan. De geldtekorten worden steeds dringender, de inflatie bereikt recordhoogtes, salarissen worden niet uitbetaald, het aantal werklozen stijgt snel en de elektriciteit valt om de haverklap uit. En dan is er de steeds openlijker aanwezigheid van salafisten, de onrust in de Sinaï, de ingestorte toeristen­industrie.

Ik teken het papier en overhandig het aan mijn achterneef. ‘Maar aan wie geef je het nu af?’ ‘O, dat kan overal! Er zijn inzamelings­punten op het Tahrirplein, op hoeken van straten, in metro’s, kijk, zelfs in taxi’s. Hij rommelt tussen de stapels kranten en toont me een foto op de voorpagina van Al Ahram waarop te zien is hoe twee mensen in een taxi het formulier in een doos stoppen.

Ihab wil 30 juni gaan demonstreren. Dan is de Dag van Woede tegen de Moslimbroederschap. Niet alleen in Egypte gonst het al weken over de aankomende megademonstratie, ook in Tunesië zou men de straat op gaan. ‘Zelfs de Turken zijn aan boord!’ wordt hier en daar geroepen.

‘Het is de laatste kans’, verzuchten vrienden, familieleden en de gewone man op straat. ‘Het gebeurt dán of we zitten nog jaren aan die Morsi vast. Maar Morsi is geen Mubarak, hij is een Kadhafi. Je krijgt hem alleen weg wanneer er honderden demonstranten sterven en iemand hem de kop afhakt.’