HJ Schoo-lezing: Het machtsinstinct van Sigrid Kaag

Tegen ‘ritselen en regelen’

Sigrid Kaag viel vorige week niet de poppetjes maar hun spel aan en verwarde daarmee vriend en vijand. Zij bewandelt een zeer dun koord: kun je met Mark Rutte samenwerken zonder dat hij je inkapselt? Kun je tegen- én medestander zijn?

Luister naar dit artikel

Aan het begin van haar toespraak deed ze de zaal een belofte. Het zou geen pessimistische terugtocht naar vroeger tijden worden of een verhaal over naïef optimisme. In de geest van HJ Schoo zelf, naamgever van de politieke lezingenreeks, zou ze het gaan doen met een ‘gezonde dosis realisme’.

Die term is geen slip of the tongue, zeker niet uit de mond van een vrouw die zich een leven lang heeft begeven in de wereld van internationale betrekkingen. Het is de term die doorgaans is gereserveerd voor de politieke school van denken die de omstandigheden zoals ze zich aandienen accepteert en de heersende machtsverhoudingen daarbinnen taxeert. Om zo uiteindelijk het best mogelijke resultaat te realiseren. In het geval van Sigrid Kaag is dat een zo progressief mogelijk kabinet.

Wie met die blik naar de formatie keek had in de week voorafgaand aan de lezing moeten vaststellen dat het tot dan toe niet zo lekker was gegaan. Het doel om met pvda en GroenLinks een coalitie te realiseren verdween ver uit zicht toen bleek dat vvd en cda nog niet eens ‘een aanzet voor een opzet tot een mogelijkheid’ van zo’n samenwerking inhoudelijk wilden bespreken. d66-strategieën waren tot dusver één voor één stukgelopen. Ga maar na: de wens om tot twee keer toe met twee informateurs te verkennen kwam uit kamp-Kaag en faalde. Ook Mariëtte Hamer leek met de ogen van het moment een slechte keuze. Zelfs de inschatting dit voorjaar dat het redden van Mark Rutte tijdens een nachtelijk debat over ‘functie elders’ zou resulteren in een stevigere positie aan de onderhandelingstafel leek inmiddels pijnlijk naïef.

Na een lang half jaar was dit het resultaat voor d66: een inhoudelijk document waarvan de ‘bouwstenen’ rechtstreeks uit het eigen verkiezingsprogramma leken te komen, maar de schaakstukken om ze te realiseren ontbraken. Inhoudelijk was er deze zomer veel gelukt, het machtsspel was slecht gespeeld.

Duidende routiniers op het Binnenhof die meer dan eens een formatie analyseerden waren scherp in hun veroordeling: team-Kaag had het niet begrepen, zich niet gehouden aan de formatielogica van het Binnenhof, ze had haar hand overspeeld. Bij formaties is het namelijk van belang dat je je standpunten niet constant publiekelijk inbrengt. Bij een onderhandeling hoort geen publieke evaluatie over het proces dat gaande is. Het te vroeg uitsluiten van de ChristenUnie in een interview met het AD zou met terugwerkende kracht een strategische blunder zijn.

Al dat soort zaken doe je natuurlijk wel, maar niet zoals Kaag deed – je lekt het netjes anoniem via de kranten. Kaag daarentegen had alle formatieconventies genegeerd. Het spel anders gespeeld dan hoe je het hoort te spelen en daarmee, zo leek het, verloren.

Onderwijl had Mark Rutte achterover kunnen leunen om het te zien ontsporen, zodat hij zelf lachend uit de coulissen kon stappen als de man die het wél kan oplossen met een informateur van vvd-huize. Zelfs Kaag beaamde dat het nu aan hem was om met een oplossing te komen.

Heel even leek het erop dat zij zich zou schikken in het lot van verliezer die aansluit in een volgend politiek project van Rutte. En eerlijk is eerlijk, van iemand die zegt vanuit realisme te handelen verwacht je dat zij terugvalt op bestaande formatieconventies, de spelregels zoals ze bestaan, om zo het spel hopelijk alsnog íets beter uit te komen.

Kaag besloot anders. Zes dagen nadat haar coalitiewensen waren verdampt hield ze een ongekend felle lezing waarin ze het tegenovergestelde deed. Ze omarmde geen Haagse conventies, maar liet er juist nog meer los. Ze veegde het formatiebord van tafel met een speech die alom werd geïnterpreteerd als een rechtstreekse aanval op Mark Rutte. Toch was het meer dan dat: het was een aanval op het spel.

Kamp-Kaag: ‘Het is een democratische opdracht om te blijven formuleren waar je voor staat’

Want wat betoogde Kaag nou precies met haar lezing? Volgens d66 zelf ging het over een handreiking naar de zes middenpartijen (‘wij sluiten ChristenUnie niet uit, wij sluiten de huidige coalitie uit’), maar vooral ook over klimaatalarmisme, Europa, ideeën over migratie en over reflecties op doorgeschoten woke-zijn. Het merendeel van de sneren richting Rutte ging over dat soort thema’s. Persoonlijker en explosiever van aard waren de verwijten over de Nederlandse bestuurscultuur, die volgens Kaag er een is van koffiedrinken en relaties managen. ‘Leiderschap is voor mij het tegenovergestelde van regelen en ritselen zonder visie.’ Dat ging natuurlijk over Mark Rutte als absolute verpersoonlijking van die cultuur. Al kon het net zo goed gaan over Kaags voorganger Alexander Pechtold en het groepje mannen dat hij in die tijd om zich heen verzamelde.

Een dag na de lezing kon je in het parlement een echo horen van d66’ers die elkaar bijvielen in de klacht dat de inhoud niet was opgemerkt, maar alleen de sneren aan Rutte. ‘Mijn speech duurde 45 minuten, maar we hebben het over die ene minuut’, zei Kaag, die tijdens het Kamerdebat de vermoorde onschuld speelde. ‘Ik verbaas mij dat dit nieuws is’, veinsden ook Rob Jetten en andere partijleden. ‘Er stond toch niets nieuws in?’

Partijleden konden in wandelgangen precies aanwijzen in welke speeches de leider hetzelfde had beweerd. In principe klopt dat. Hele passages over ‘ritselen en regelen’ en het verschil tussen leiders en managers zou je kunnen beschouwen als zelfplagiaat. Het zijn leuzen die eerder klonken op partijcongressen en tijdens de verkiezingscampagne. Wie conceptteksten van de HJ Schoo-lezing van half augustus inkijkt, ziet dat een aantal van de zware verwijten over onder meer de Haagse bestuurscultuur – ‘ritselen zonder visie’ – er al in stonden, dat is vóór het moment dat Rutte en Hoekstra de stekker uit de door Kaag gewenste coalitie trokken.

Discussies over wat wel en wat niet last minute was toegevoegd leidden af van waar het echt over ging. Het deed er natuurlijk niet toe wat er was gezegd en waarvan je kon blijven herhalen dat het al eens was gezegd, het ging over wanneer dat werd gezegd. Midden in een zeer complexe formatie kwalificaties over de ander herhalen die je in verkiezingstijd misschien al riep, is nog altijd een bewuste provocatie.

En ook allesbehalve een ongeluk. d66 beseft dat de belofte van nieuw leiderschap en een andere bestuurscultuur tot nog toe vooral woorden zijn geweest waar invulling aan moet worden gegeven. Aanvankelijk was Kaag net als de andere onderhandelaars aan het Binnenhof een sfinx die nauwelijks iets zei en documenten tegen de borst hield. Zij leek zich te schikken naar de politieke cultuur die voorschrijft dat scherpe stellingname wordt losgelaten na de campagne.

Alsnog breken met die Haagse mores sluit aan bij de belofte het anders te doen, realiseren ze zich nu in het kamp-Kaag. ‘Het is een democratische opdracht om te blijven formuleren waar je voor staat. Niet alleen tijdens de verkiezingscampagne maar ook daarna moeten we blijvend laten zien wie de politieke opponenten zijn en wat de cultuur is die je probeert te doorbreken’, zo wordt gezegd.

Als dat echt een inhoudelijke overtuiging is waarvan de daad bij het woord wordt gevoegd, dan heeft dat ingrijpende consequenties. Een partij die doorlopend blijft uitdragen waar zij voor staat, die zelfs in een formatie wil benadrukken waar de verschillen liggen, wordt een partij in permanente campagnestand. Als d66 dat volhoudt, dan ligt daar een ontwrichtende belofte voor de nabije toekomst in besloten: dan was dit niet de laatste provocatie.

‘Van Mierlo had een feilloos machtsgevoel, maar was huiverig voor zijn eigen Wille zur Macht’, schreef Hubert Smeets begin dit jaar. Nadat hij een indrukwekkende biografie over Hans van Mierlo had geschreven, vergeleek Smeets in de NRC de d66-grondlegger met de huidige partijleider. Kaag beschikt over eenzelfde soort machtsinstinct als Van Mierlo maar is ook onverschrokkener. Ze deinst in tegenstelling tot hem er niet voor terug het in haar eigen voordeel in te zetten. ‘Die beschaafde brutaliteit miste Van Mierlo.’

Dat Kaag die Wille zur Macht wel heeft, werd vorige week duidelijk. Het zou volstrekt naïef zijn om te doen alsof de lezing louter het resultaat was van ideologische overtuiging. Het bewust laten staan van explosieve teksten ís een politieke daad die vooral markeert dat d66 lijkt in te zien dat je zonder macht weinig aan inhoud hebt.

De brutale provocatie van vorige week was geen poging om de formatie op te blazen, maar om de balans tussen haar en de premier te herstellen. Dat klinkt paradoxaal, maar het zit zo: als d66 na dat half jaar van mislukkingen braaf was aangesloten bij de zittende premier, dan was dat niet alleen het einde van die belofte van nieuw leiderschap geweest, Kaag had er ook haar lot als secondant van Rutte mee bezegeld. Zij weet dat nu haar gewenste coalitie uit beeld is verdwenen haar hetzelfde lot dreigt te wachten als Diederik Samsom, Alexander Pechtold en andere mannen die met te groot enthousiasme Mark Rutte omarmden en zo bijdroegen aan de cultuur van ritselen en regelen. Zij werden één voor één fletse, nauwelijks als apart te onderscheiden, onderdelen van een machine die Rutte bestuurde.

Dus schoffeerde ze hem op maandag om vervolgens op dinsdag te zeggen met hem samen te willen werken, zij het ‘zakelijk’. Het was de term die ze eindeloos bleef herhalen om te onderstrepen dat er van een persoonlijke band geen sprake hoeft te zijn bij een samenwerking. Opnieuw is dat een breuk met een Haagse wet die voorschrijft dat formaties en coalities drijven op persoonlijke verhoudingen.

Dat is het dunne koord dat Kaag vanaf nu bewandelt: onderstrepen dat Rutte tegelijkertijd haar tegenstander én medestander kan zijn in een volgend kabinet. Het is hoog spel, met als ultieme consequentie eindigen met lege handen of medeschuldige worden aan de noodzaak van nieuwe verkiezingen. Als zij heelhuids van dit koord af komt zou het knap zijn, het zou betekenen dat ze echt iets heeft veranderd aan de Haagse cultuur – de spelregels veranderen is ook realisme.