Tegenwicht

Laten we ons op 20 maart bij de Provinciale-Statenverkiezingen in het stemhokje leiden door provinciale vraagstukken of door het landelijke politieke spel?

Wat vindt u van deze stelling: de provincie moet toestaan dat vakantiewoningen het hele jaar door bewoond worden. Eens, oneens of geen van beide? En welke van die drie opties kiest u bij de volgende stellingen? Het moet verboden zijn een weiland vol te zetten met zonnepanelen. Bij grote beslissingen moet de provincie een referendum organiseren. Bouwen aan de rand van de duinen moet verboden worden. Ik probeer de StemWijzer in te vullen van mijn provincie. De stempas ligt klaar. Op grote borden op straathoeken prijken de verkiezingsaffiches. Over twee weken is het zo ver. Op welke partij ga ik stemmen. En waarom?

Maar eerst moet ik een andere waarom-vraag beantwoorden. Ik kan mijn stem uitbrengen op een van de partijen die meedoen aan deze verkiezingen, vanwege hun inhoudelijke standpunten op de onderwerpen waar de provincie over gaat. Maar ik kan me ook laten verleiden een ‘landelijke’ stem uit te brengen, zodat het kabinet-Rutte III zijn meerderheid in de Senaat verliest, of juist niet verliest. Vier jaar geleden draaide het daar ook om bij de Provinciale-Statenverkiezingen. Toen verloren coalitiepartijen vvd en pvda hun meerderheid in de Eerste Kamer als gevolg van die verkiezingen. De leden van de Senaat worden gekozen door de nieuw aangetreden leden van de PS. Later dit voorjaar kiezen die laatsten dus wederom een nieuwe Eerste Kamer.

In 2015 leefde de hoop dat het eens maar nooit weer zou zijn. Bij een volgende kabinetsformatie zou rekening worden gehouden met het aantal zetels in de Senaat door een regeringscoalitie te formeren met een grote meerderheid in zowel Tweede als Eerste Kamer. Dan kon zich niet weer de situatie voordoen dat een kabinet tijdens de rit steun moet gaan zoeken bij de oppositie nadat tussentijds een nieuwe Eerste Kamer is geïnstalleerd.

Maar een nieuw kabinet met een ruime zetelmeerderheid is er niet gekomen na de landelijke verkiezingen van 2017, ook al telt Rutte III vier coalitiepartijen. Dat is onder meer omdat ook de grote partijen tegenwoordig relatief klein zijn. Afgaand op recente peilingen lijkt de kiezer de huidige coalitie vervolgens ook niet erg te waarderen, dus zit zetelverlies in de Eerste Kamer er na 20 maart dik in. Die geringe waardering is overigens niks nieuws. Zittende kabinetten hebben het tegenwoordig zwaar en oppositiepartijen profiteren daarvan. Tegen die trend valt niet meer op te formeren na landelijke verkiezingen. Dus worden Provinciale-Statenverkiezingen meer en meer verkapte landelijke verkiezingen.

Voor zorgvuldigheid is politieke distantie nodig. Daar ontbreekt het aan

Maar verkapt is het eigenlijk niet meer. Kort geleden dreigde GroenLinks na het aantreden van de nieuwe Eerste Kamer niet met Rutte III te willen onderhandelen als het GL-voorstel voor een CO2-heffing niet eerst wordt overgenomen. Forum voor Democratie heeft partijleider Thierry Baudet op het affiche voor deze verkiezingen staan, terwijl op hem niet kan worden gestemd op 20 maart. Zoals ook Geert Wilders op het pvv-affiche prijkt, terwijl ook hij niet op het stembiljet staat. De term lijsttrekker voor de fractievoorzitters in de nieuwe Eerste Kamer is eveneens misleidend, want ook de namen Annemarie Jorritsma (vvd), Ben Knapen (cda) en Mei Li Vos (pvda) staan niet op het stembiljet.

De commissie-Remkes die advies uitbracht over het Nederlandse parlementair stelsel pleit – je zou haast zeggen desondanks – niet voor het afschaffen van de Eerste Kamer. De Senaat heeft volgens deze commissie een meerwaarde als tegenwicht tegen het te sterk vasthouden aan het regeerakkoord in de Tweede Kamer. Dat slaat het dualisme dood. Met een Eerste Kamer waarin het kabinet na PS-verkiezingen geen meerderheid meer heeft, is dat tegenwicht vanuit de Senaat tegenwoordig verzekerd, zou je dan denken. Alleen bestaat dat tegenwicht uit het naspelen van het politieke spel dat vanuit de Tweede Kamer wordt gedirigeerd. Senatoren van oppositiepartijen voelen zich net zo gebonden aan hun partijstandpunten als hun collega’s van coalitiepartijen aan het regeerakkoord.

De meerwaarde van de Eerste Kamer waar de commissie aan denkt is echter niet het heronderhandelen over politieke afspraken. ‘Remkes’ bepleit dat de Senaat let op de rechtmatigheid, uitvoerbaarheid en handhaafbaarheid van wetsvoorstellen. Niet onbelangrijk, omdat juist deze drie vaak het kind van de rekening zijn. Bij het maken van wetsvoorstellen raken ze uit zicht als gevolg van politieke compromissen, aangenomen amendementen en moties. Om zorgvuldig naar de rechtmatigheid, uitvoerbaarheid en handhaafbaarheid te kijken, is juist enige politieke distantie nodig, zoals de commissie-Remkes constateert. Maar daar ontbreekt het nu net aan. Meer en meer zelfs. Kijk naar wat er bij de Provinciale-Statenverkiezingen gaande is.

De commissie denkt de oplossing te hebben door de Eerste Kamer de mogelijkheid te bieden een wet terug te sturen naar de Tweede Kamer. Dan kan de Senaat meer doen dan een wet verwerpen of aannemen, zoals nu. Een teruggestuurde wet kan dan in de Tweede Kamer worden gewijzigd op juist die drie belangrijke kenmerken. Niet iedereen is het daarmee eens. Zo ziet hoogleraar staatsrecht Wim Voermans liever dat de Eerste Kamer wordt opgeheven: hij vindt die te veel de vertegenwoordiger van belangenorganisaties, te veel een amateurparlement. Maar voor opheffen heb je de steun nodig van diezelfde Eerste Kamer. Dat gaat niet lukken.

Voorlopig staan wij kiezers dus voor het dilemma: laten we ons in het stemhokje leiden door provinciale vraagstukken of door het landelijke politieke spel? Laten wij de verstandigste zijn. Alleen al omdat de provincie beslist over belangrijke onderwerpen.