H.J.A. Hofland

Teheran in het vizier

De campagne van Washington tegen Iran begint op toeren te komen. Iran is al jaren bezig met de uitvoering van een programma voor kernenergie, voor vreedzame doeleinden, zeggen ze in Teheran, maar het vermoeden bestaat dat de Iraniërs een bom willen maken. Inspecteurs van het Internationaal Agentschap voor Atoomenergie, het IAEA, koesteren verdenkingen. Dit instituut heeft de Iraniërs gemaand zich beter aan de regels te houden. Hetzelfde hebben Rusland, de EU en de G8 al gedaan. Overtuigende beloften tot beterschap zijn uitgebleven.

Volgens de doctrine van de preventieve aanval is daarmee de grondslag voor een oorlog gegeven. Als Bush de oorlog werkelijk wil, komt het er alleen nog op aan de zaak tegen Teheran zodanig op te bouwen dat de Amerikaanse kiezers en de (kandidaat-)leden van een Coalition of the Willing van de onvermijdelijkheid overtuigd raken. Dan is het Freedom Iran geblazen. Hoe groot is die kans? Antwoord in de laatste zin.

De veldtocht tegen Hoessein heeft elk bewind in het Midden-Oosten tot de conclusie gebracht dat deze Amerikaanse regering een militaire macht kan ontplooien waarmee alle tegenstand binnen een paar weken wordt aangeveegd. Zoals iedere regering is die in Teheran van plan zo lang mogelijk te blijven zitten. Daardoor neemt de ontvankelijkheid voor de Amerikaanse eisen toe. Dit bewind wordt van twee kanten bedreigd. Beloofde liberalisering is uitgebleven. Al meer dan een week gaan demonstranten de straat op. Hoe sterk het verzet is, zou pas blijken als de conservatieve mullahs probeerden het radicaal uit te roeien. Ontstaat daaruit een burgeroorlog of de aanzet daartoe, dan zijn de Amerikanen in de buurt om met weinig inspanning en een grotere mate van legitimiteit een regimeverandering te bevorderen. De kans is dus groot dat het bewind van ayatollah Khamenei de demonstranten juist zoveel ruimte zal geven zichzelf uit te putten dat ze daarna op min of meer dezelfde voet verdergaan. Een klassieke tactiek van belaagde zwakke dictators.

Buitenlandse steun of zelfs sympathie heeft Teheran niet. De hele «internationale gemeenschap» is ertegen dat deze theocratie zich binnen afzienbare tijd tot kernmogendheid zou kunnen bevorderen. Het IAEA heeft alle internationale steun. Drie redenen dus waarom Iran zich bij de eisen tot strengere inspecties zal willen neerleggen.

Dan is het de vraag of Washington op korte termijn de volgende oorlog zou willen. Na de overwinning in Irak blijken de wederopbouw en de vestiging van een ontluikende democratie veel moeilijker dan verwacht. De euforie van de bevrijding is voorbij. Het probleem voor de nog aanwezige 150.000 VS-militairen is dat die wel de orde moeten handhaven, maar zich niet mogen manifesteren als bezetter. Hoe langer hun aanwezigheid duurt, hoe groter de kans dat voor steeds meer Irakezen de bevrijders in bezetters veranderen. Dat veroorzaakt volstrekt andere problemen dan het verslaan van een tegenstander die door niemand minder dan Thomas L. Friedman van The New York Times met de Flintstones is vergeleken. Dat zou in de verte aan Vietnam doen denken.

Het neoconservatieve grand design tot hervorming van het hele Midden-Oosten is niet van de agenda. Maar Iran is in oppervlakte en bevolking ongeveer driemaal zo groot als Irak. Als er een leger van 150.000 man nodig is om de vrede in Irak te consolideren, hoeveel man extra zullen er dan nodig zijn om hetzelfde in Iran te doen? Hoeveel zou dat gaan kosten? Kan Bush in dat geval nog wel zijn belofte van de fantastische belastingverlaging gestand doen?

Laat het aan de rekenaars van het Witte Huis over. De oorlog in Irak heeft het anti-Amerikanisme in de hele wereld doen toenemen, oude bondgenootschappen aangetast, met Bush bevriende regeringsleiders als Aznar en Blair er niet sterker op gemaakt. Parallel aan de hervorming van het Midden-Oosten loopt nog altijd de strijd tegen het internationaal terrorisme. Om die te kunnen voeren is de Amerikaanse regering ook afhankelijk van medewerking van bijvoorbeeld Pakistan, Indonesië en Saoedi-Arabië. Een nieuwe oorlog, binnenkort, zou voor alles wat anti-Amerikaans is een reden te meer kunnen zijn om de mobilisatie tegen Bush en de zijnen met hernieuwde kracht voort te zetten.

Onder de commentatoren en deskundigen van alle gezindten — moslim, liberaal, conservatief; Republikeinse en Democratische — is een school die zegt dat de oplossing van alle problemen in het Midden-Oosten begint met een geloofwaardig perspectief op beëindiging van het Israëlisch-Palestijnse conflict. Vorig jaar heeft Bush daartoe een paar pogingen gedaan, zelfs minister Powell naar Israël gestuurd. Sharon heeft ze zonder enige diplomatieke poespas genegeerd.

Nu doet Bush een nieuwe poging en weer gaat Powell naar Israël. De toestand is veranderd. Als gesprekspartner is Arafat vervangen door Abbas, uitgeroepen tot de redelijkste Palestijn aller tijden. Wordt hij in de steek gelaten, dan is de kans niet gering dat in plaats van hem iemand verschijnt vergeleken bij wie Arafat een voorbeeld van gematigdheid zal zijn. Zo gaat het in scherpe onderhandelingen: wie de gematigdheid verwerpt, krijgt de onverzoenlijkheid ervoor terug.

Gesteld dat in Washington de oorlog tegen Iran nog altijd boven aan de agenda staat, dan moet er opnieuw een casus belli worden gevonden. Dat blijkt niet ieders werk te zijn. Over de vorige zijn we nog niet uitgepraat. Nee, over de MVW’s van Hoessein, de massagraven en de zegenrijkheid van de regime change is intussen een werelddiscussie met jezuïtische trekjes ontstaan. Het wordt tijd dat er een nieuwe Daniel Ellsberg komt met een pakket Pentagon Papers waaruit zal blijken hoe het werkelijk is. Het praktische resultaat van de discussie is dat er wel glasharde bewijzen voor de onduldbare kwaadaardigheid van dit Iraanse bewind moeten worden geserveerd om de wereld van de noodzaak tot oorlog te overtuigen.

Ten slotte zijn er de verkiezingen van 2004. Tot dusver is de populariteit van Bush groot genoeg om die te winnen. Zal hij dit politieke kapitaal riskeren om de volgende oorlog te beginnen, met de consequenties die ik hierboven heb opgesomd? Nog vier jaar regeren is de neoconservatieven liever dan nu een oorlog tegen Iran. Dat vraagstuk komt pas na november 2004 aan de orde, als het er dan nog is. Daarom komt er nu geen oorlog.