Groen

Tekenparade

Ik was in het huis in het bos, lezers herinneren zich wellicht dat ik in nummer 10 van dit weekblad daar een kasje in de tuin bouwde. Toen waren de bomen kaal, en was het twintig graden kouder. Nu was alles groen en duister, en bovendien was ik er moederziel alleen. Godnogaantoe, dat is me wat: helemaal alleen in een groot, oud huis, omgeven door dennen, eiken en beuken en enkele uren duisternis in een etmaal. Op een late middag hoorde ik een enorm zuchten tussen de bomen, ik begreep er niets van. Dat konden toch niet de reeën zijn die er de bloemen uit de beschaduwde borders vreten? En nog eens, dichterbij nu. Van schrik begon ik snel een stukje door de tuin te lopen en toen zag ik een monsterlijk grote luchtballon over de kruinen van de bomen scheren. Optrekken! dacht ik. ‘Stijg op!’ riep ik. In de Leeuwarder Courant van de volgende dag geen bericht over een neergestorte ballon, dus alles was goed gekomen.
Maar ik wil het over iets anders hebben. Ik ben er een paar uur aan het snoeien geweest, en nu heb ik iemand nodig voor wie ik mijn broek kan laten zakken. Iemand die het niet erg vindt om met een pincet in de hand nauwgezet elk stukje bil en bovenbeen (achterzijde) te onderzoeken. Zelf heb ik al een teek of veertig verwijderd en verga ik van de jeuk, maar er zijn nu eenmaal delen van het lichaam waar je niet bij kan en ik vóel dat ze nog niet allemaal weg zijn.
Ik heb een theorie: sinds ik een keer beginnende Lyme gehad heb, vinden teken mij erg lekker. Herkennen ze iets in mijn huid dat ze massaal toe doet springen en bijten. Een eenmaal besmet mens trekt teken aan. Deze Friese exemplaren zijn uitzonderlijk klein en nauwelijks te onderscheiden van een sproet, daarom ben ik al twee dagen bezig met een pincet. Nu kan ik niet verder. En heb ik dus iemand nodig voor wie ik ongegeneerd in mijn blote kont durf te gaan staan. Ik geloof dat ik naar mijn moeder wil.