FILM

Tekens van de dood

IFFR

Tekens van de dood
Het International Film Festival Rotterdam viert zijn veertigjarige jubileum met opnieuw twee openingsfilms: een voor het publiek, Essential Killing van Jerzy Skolimowski met Vincent Gallo in de rol van een in de sneeuw voortvluchtige moslimgevangene, en een voor, ja wie eigenlijk? Critici? In ieder geval gaat het in dit geval om het toegankelijke Wasted Youth van het regisseursduo Argyris Papadimitropoulos en Jan Vogel, over een jonge skateboarder en een impotente politieagent die in het hedendaagse Athene op verschillende manieren op een kruispunt in hun leven komen te staan.
Wasted Youth schetst een beklemmend beeld van de rauwe levenskracht van een tiener die alleen maar skateboardt en naar muziek luistert en die van een agent van middelbare leeftijd die niet meer weet wat hij met zijn leven wil. Besluiteloosheid, stagnatie, is het hoofdthema. Of de film ook goed gemaakt is, wat vorm betreft, valt moeilijk te zeggen, want filmjournalisten kregen vooraf helaas een slechte kopie op dvd te zien.
Een andere film raakte mij diep: Black Blood van Zhang Miaoyan dat in Rotterdam zijn wereldpremière beleeft. Het verhaal gaat over het harde bestaan van de inwoners van een arm dorpje in het noordwesten van China waar het afbrokkelende, noordelijke deel van de Grote Muur staat. Nabij het dorpje staat een fabriek waar sporadisch grote vlammen de lucht in lekken en grijze en witte rookpluimen uit de monstrueuze constructie van zwart staal borrelen. Wat er wordt geproduceerd, blijft onduidelijk. Slechts twee keer komt de fabriek in beeld, beide keren wanneer een jongeman, Xiaolin, getrouwd met Xiaojuan, er om onduidelijke redenen naartoe gaat.
Werk heeft Xiaolin niet. Om voor zijn vrouw en dochtertje te zorgen, verkoopt hij zijn bloed. Dat doet hij iedere dag. Het voorbereiden van de transactie, die in het desolate landschap vlak bij de Muur plaatsvindt, vergt een vast ritueel: het drinken van grote hoeveelheden water in de keuken waar zijn dochtertje ontbijt, zijn vrouw deeg kneedt en de radio aanstaat waarop een stem de prestaties van de Volksrepubliek aankondigt: wéér economische groei, wéér een verbetering in de gezondheidszorg, wéér een stap in de richting van een glorieuze toekomst. De scène is bitter en ironisch; in deze keuken is er niets wat lijkt op vooruitgang of voeding of gezondheid, hier liggen alleen maar tekens van een naderende dood.
Regisseur Zhang draaide zijn tweede film vrijwel volledig in zwart-wit, met slechts een paar minuten in kleur: wanneer Xiaolin op het kale land naar de fabriek staat te kijken. Deze inversie van vorm symboliseert het pijnlijk subversieve thema: de moderne tijd ontmenselijkt. Zelfs het landschap, eigenlijke hoofdrolspeler in deze film, heeft te lijden onder de vooruitgang. Zhang beschrijft ergens zijn regisseursvisie als volgt: ‘Ik zag een helderblauwe hemel en de aarde in fel oranje. Voor mij betekende dat: zwart-wit. De dwarrelende zwarte rook aan de horizon en de magische fusie van kleuren veranderden de omgeving in een wonderland. Dit subtiele, maar eerlijke beeld vormt de kern van mijn film.’
Ten slotte, een gouden IFFR-tip: het uitgebreide martial arts-retrospectief getiteld Water Tiger Inn. Ik zag al de heerlijke Shaw Brothers-klassieker Killer Klans (1979), Chu Yuans bewerking van een roman van Gu Long, maar ook te zien op het festival: Red Heroine uit 1929 en The Swordswoman of Huangjiang uit 1930.

International Film Festival Rotterdam, van 26 januari tot 6 februari
Komt, socialisten!