Partij van de Arbeid

Tekentafelpolitiek

PvdA

In het stemhokje sturen, als het goed is, gevoel en ratio synchroon de hand naar die ene naam van die ene partij. Als je twijfelt, neemt het hart de overhand op het hoofd. Het is de vraag of je dan geneigd bent terug te kijken of vooruit. Want ik, zwevende kiezer, weet dat mijn kruisje toebehoort aan de partij waarbij het voor mij heilige solidariteitsbeginsel bestuurlijk en ideologisch van oudsher in goede handen is: de pvda. Maar hoe klopt het hart op het moment suprème? Politiek besef is omgeven door nestgeur en een persoonlijke Werdegang. De eerste steen is gelegd door mijn grootmoeder, die vanaf haar ziekbed in de jaren zeventig een tante moest machtigen om te stemmen met de woorden: ‘Als je niet Den Uyl invult, dan zwaait er wat.’ Had ze ook nog kunnen stampvoeten, dan had ze dat gedaan. Ze was als een van de eerste vrouwelijke onderwijzers in de Groningse veenkoloniën een sociaal-democraat in hart en nieren. Het rechtvaardigheidsgevoel dat daar was gevormd, vertaalde ze later naar blind kiezen voor Joop den Uyl.

Nu is het een cliché om altijd weer bij hem uit te komen, de man van de Betondorpers en de perifere loonarbeiders. Den Uyls maatschappijvisie past in deze tijd immers nauwelijks meer en zijn onlangs uit de actieve politiek afgezwaaide dochter Saskia Noorman was niet bepaald een flexibele schatbewaker van zijn ideologisch erfgoed.

De pvda heeft mij onder zijn opvolgers uitsluitend teleurgesteld. Waar was Wim Kok toen Nederland eufoor van de booming economie in de vrije val van het marktdenken tuimelde en de salarissen van captains of industry en de top van semi-overheidsinstellingen en quango’s ‘marktconform’ ongebreideld omhoog werden gekrikt? Als onderwijs behoort tot de socialistische kerninstrumenten om achterstandskinderen te verheffen, hoe heeft Netelenbos zich dan in hemelsnaam kunnen storten op de invoering van vmbo-fabrieken? Onderwijl groeide binnen de onderklasse in de oude wijken van de Randstad een problematiek die schreeuwde om een sociaal-economisch Plan van Aanpak. Maar de morrende autochtone achterban in die wijken, met de neus boven op de gevolgen van het multiculturele integratiebeleid, kreeg geen gehoor. Het gewone volk werd door veel pvda’ers met enig dédain beticht van jaloezie jegens allochtonen (huizen en baantjespikkers), van gebrek aan solidariteit en van onderbuikgedrag. En waarom heeft de sociaal-democratie, die opkomt voor de zwakkeren, zo lang de onderdrukking van moslimvrouwen gerelativeerd en een ruimhartig subsidiebeleid gevoerd voor instellingen die contraproductief voor de allochtone achterban, namelijk isolerend, bleken?

Dat de gewenste werkelijkheid niet strookte met de realiteit kwam pas aan de orde toen daar opeens de kale uit Rotterdam op het toneel verscheen. Hij ging er triomfantelijk met de buit vandoor. De explosie had kunnen worden voorkomen. Ad Melkert kon het niet helpen dat hij een bedacht product was van de tekentafel: we moeten niet meer mikken op de arbeidersklasse – die is, in het bezit van een caravan en een goede cao, reeds geëmancipeerd – en het nieuwe electoraat heette de middenklasse. In de dagen voor de verkiezingen werd hij in filmpjes gepresenteerd als de zoon van een middenstander die trots een bezoek brengt aan de kapperszaak van zijn vader. De onoprechtheid knetterde van de beeldbuis. Zijn exit was tragisch. Bram Peper zei in een interview ooit iets wat vermoedelijk kenmerkend is voor de pvda. Niemand belde hem op om hem een hart onder de riem te steken, niemand wilde nog met hem worden geassocieerd.

En toen kwam Wouter Bos en won terug wat zijn voorgangers hadden verloochend: de harten van de natuurlijke achterban, inclusief veel allochtonen.

Is hij oprecht? Als ik tijdens debatten zijn zure mond zie samentrekken maar hem niet luid en duidelijk hoor pleiten voor een humaan asielbeleid en zie dat hij Halsema het werk laat opknappen tegenover Verdonk, dan denk ik stampvoetend: wat ben jij berekenend.

Mijn hart heeft Bos niet, want ik kijk nog te veel achterom.