Teleaccursus in zeventien zalen beeldende kunst

De ronkende titels van thematentoonstellingen doen sterk denken aan de gedateerde romantiek van avontuurlijke jeugdliteratuur. De Kameleon en het Goud der Thraciërs. Arendsoog en de Schatten van de Islam.

Over het algemeen zijn het rare tentoonstellingen. Uit diverse collecties en musea wordt wat bij elkaar geharkt, en begeleid door een lijvig boekwerk gaat de tentoonstelling vervolgens op tournee. Schittering van Spanje is wat dit laatste betreft een uitzondering. De tentoonstelling is alleen in Nederland te zien en werd samengesteld ter viering van de 350-ste verjaardag van de Vrede van Münster.
De opzet is ambitieus. In zeventien zaaltjes en vitrines in de Nieuwe Kerk wordt geprobeerd de complexe Spaanse maatschappij van de eerste helft van de zeventiende eeuw in beeld te brengen. Wetenschap, religie, beeldhouwkunst, schilderkunst, hofcultuur, letteren en muziek, oorlog en koloniaal beleid: weinig onderwerpen blijven onaangeroerd. Onvermijdelijk dus dat er op bedenkelijk Teleacniveau door de geschiedenis wordt geracet.
Hoewel men de verjaardag van de Vrede toch al geruime tijd had kunnen zien aankomen, lijken de tentoonstelling en het begeleidende boekwerk in grote haast gemaakt. Er is absoluut een aantal mooie werken te zien. De prachtige theatrale houten heiligenbeelden bijvoorbeeld. En de liggende Christusfiguur (juist van het kruis getild) waarop de wonden met bijna genotzuchtige wreedheid zijn afgebeeld. Of de verstilde schilderijen van Zurbarán die in hun religieuze ascese bijna calvinistisch aandoen. In veel van zijn schilderijen is het zonlicht de enige weelde die de geportretteerden siert. Zie bijvoorbeeld hoe het in het schilderij van de twee monniken de grijze pijen in een genadig helder en toch warm licht laat opgloeien.
Ook is er een aantal mooie of bizarre gebruiksvoorwerpen te zien. Maar daarnaast zijn er te veel zaken die er niet noodzakelijk toe doen. Wat te denken van een muntencollectie of een aantal exemplaren van klassieke Spaanse literatuur? Tel daarbij op dat alle voorwerpen achter spiegelend glas hangen en staan en te fel of juist nauwelijks uitgelicht zijn, en de titel Schittering van Spanje krijgt opeens een heel andere betekenis.
Ook uit de begeleidende brochure stijgt een sterke Teleacwalm op. De fotografische reproductie van de kunstvoorwerpen is uitstekend en op zich de aanschaf waard, maar de begeleidende teksten zijn te populair om serieus te nemen. Krachteloze clichés als ‘Het rijk waar de zon niet ondergaat’ worden met niet-aflatend enthousiasme herhaald, en omwille van het betoog schiet men nogal snel in superlatieven en worden twijfelachtige historische interpretaties niet geschuwd.
Een kleine greep: 'De Don Quichot is een overrompelend boek - niet alleen omdat het als literair werk onovertroffen is, maar ook…’ enzovoort. Ergens anders wordt gesteld dat hofschilders als Velázquez in hun portretten van de hofadel vaak flatteuze zelfcensuur toepasten, terwijl een paar pagina’s verderop een portret van diezelfde schilder van Filips IV juist wordt aangehaald als 'bewijs’ voor de schranderheid van deze koning: 'Maar hoe de oogopslag ook bekeken wordt, zij is niet die van een dwaas.’
De 350 jaar vrede ten spijt steekt ook de nooit helemaal uitgewoede papenhaat hier en daar de kop op: 'Adellijke titels en baantjes aan het hof konden in deze periode gekocht worden door veel geld te betalen aan hooggeplaatste hoffunctionarissen.’ Die geperverteerde en corrupte roomse draaikonten weer! De samensteller van de catalogus acht het niet noodzakelijk te vermelden dat dit aan alle hoven de praktijk was, zelfs in de zo rechtschapen jonge Republiek.
En zo huppelen catalogus en tentoonstelling onbezorgd door de zeventiende eeuw en lijkt Jaap ter Haar met terugwerkende kracht een toonbeeld van historische evenwichtigheid.
De paar mooie werken ten spijt blijft Schittering van Spanje een snel en gemakzuchtig in elkaar gedraaide documentaire. Afwisselend en oppervlakkig: het perfecte uitstapje voor Teleac- en andere televisiekijkers. Een vijf-plus.