Regeerakkoord

Teleurstellend sprokkelwerk

Het regeerakkoord wekt de indruk dat Nederland vooral te lijden heeft van een immigratiecrisis. Maar hoe staat het met de economische crisis, de klimaatcrisis en de vergrijzingscrisis?

Medium verhagen

CDA-FRACTIEVOORZITTER Maxime Verhagen noemde het onderhandelingsresultaat dat hij na wekenlange gesprekken met VVD-leider Mark Rutte en PVV-leider Geert Wilders had weten te bereiken vorige week donderdag bij de presentatie ervan een ‘gewoon regeerakkoord’. Dat woordje 'gewoon’ had hij niet zomaar gekozen. Daarmee wilde Verhagen tegen zijn verdeelde achterban zeggen: meet dit resultaat nu af aan de zakelijke inhoud in relatie tot ons verkiezingsprogramma en niet aan het feit dat we gaan regeren met steun van de PVV. Maar zo gewoon als Verhagen het wilde doen voorkomen, is het akkoord niet. En dat is niet alleen omdat voor het eerst in de geschiedenis een integraal deel van een regeerakkoord als apart gedoogakkoord is ondertekend door een partij die verder niet in het kabinet vertegenwoordigd zal zijn.

Ruim zeven pagina’s van dat regeerakkoord, die ook deel uitmaken van het gedoogakkoord, staan vol met maatregelen om de instroom van migranten en asielzoekers in te dammen. In de media is het boerkaverbod de meest aangehaalde maatregel, maar in het akkoord staat ook dat nieuwkomers hun eigen inburgering moeten gaan betalen en dat gepoogd gaat worden de leeftijd voor gezinshereniging te verhogen tot 24 jaar en het Nederlanderschap af te nemen van een nieuwe Nederlander die binnen vijf jaar een misdrijf pleegt waar een minimale straf van twaalf jaar op staat. Die maatregelen komen niet alleen uit de koker van de PVV. Wie het denken over immigratie en integratie in de VVD en het CDA de afgelopen jaren heeft gevolgd, zal op deze pagina’s veel herkenbaars terug vinden.

Wat de pagina’s onder het kopje Immigratie ongewoon maakt, is de intentie die erachter zit. VVD en CDA zeggen de instroom van migranten te willen indammen, omdat de toestroom van steeds weer nieuwe kansarme migranten de spankracht van de Nederlandse samenleving te boven gaat. Wilders liet er bij de presentatie van de akkoorden geen misverstand over bestaan dat het hem en zijn fractiegenoten om iets anders gaat: het tegengaan van de islamisering van Nederland. Het was ook Wilders die vorige week donderdag het streefcijfer van vijftig procent minder niet-westerse immigranten noemde. In het stuk zelf staat dat het om 'een substantiële daling’ gaat.

DE PRINCIPIËLE VRAAG of je met een partij als de PVV wilt regeren, is de eerste meetlat waarlangs je het regeerakkoord moet leggen en eigenlijk de allesoverheersende. Dat vinden VVD en CDA blijkbaar ook, want waarom zouden ze anders direct in het begin van het regeerakkoord zo de nadruk leggen op iets wat vanzelfsprekend zou moeten zijn: dat de overheid niet discrimineert en de in de grondwet vastgelegde vrijheden van godsdienst en onderwijs respecteert?

Dat de samenwerking met de PVV de belangrijkste meetlat is, bleek ook afgelopen zaterdag in Arnhem waar het CDA-congres zich kon uitspreken over het akkoord. Daar ging het niet over de achttien miljard aan bezuinigingen en lastenverzwaringen, over de ingreep in de Wajong-regeling voor gehandicapte jongeren of over de koopkrachtplaatjes. Maar over de vraag, om voormalig premier Piet de Jong te parafraseren, of het CDA moet willen regeren als het daarvoor de vrijheid van godsdienst van de moslims moet verkopen. Of het CDA, in de woorden van oud-parlementariër Hannie van Leeuwen, door de samenwerking met de PVV nog wel kan volhouden dat het tegen discriminatie is.

Als het kabinet Rutte-Verhagen echter binnenkort met de koningin op het bordes staat, ontkom je er niet aan ook te kijken naar de overige 66 pagina’s van het regeerakkoord vol intenties, maatregelen en becijferingen. Want nee, een kort akkoord is het ook nu niet geworden, ook al roepen politieke partijen vooraf dat afspraken die op een paar A4'tjes passen het dualisme goed zou doen. Ook de leesbaarheid is weer belabberd: grote, holle woorden, af en toe doorspekt met citaten uit de verkiezingscampagne - zoals 'lik op stuk en vandalen laten betalen’ - en verder heel veel vakjargon.

Maar wat vooral opvalt is het gebrek aan een visie op de toekomst. In die zin heeft CDA-fractievoorzitter Verhagen gelijk: het is een gewoon regeerakkoord. Alle retoriek dat dit een hervormingskabinet zou zijn ten spijt.

Je zou bijna willen dat de FNV woest zou kunnen zijn en met meer komt dan de bijna plichtmatig klinkende opmerking dat dit een rijkeluiskabinet is en de villabewoner uit Aerdenhout de dans ontspringt. Dat de babyboomers die zijn geboren tussen 1 januari 1950 en 31 december 1954 laaiend zouden zijn, omdat ze alsnog tot hun 66 ste moeten werken. Dat de ANWB boos is, omdat er toch een kilometerbeprijzing komt. Dat de KLM-directie zou oprukken naar het Binnenhof, omdat de brandstof voor vliegtuigen wordt belast. Dat de voorzitter van Bouwend Nederland zich bedrogen zou voelen, omdat er toch wordt gemorreld aan de hypotheekrenteaftrek.

Het was toch zo dat we in een tijd van vele crises leven? Twee jaar geleden raakten banken in nood, zakte de economie in elkaar, sloegen de overheidsfinanciën uit het lood en liep de werkloosheid op. Ook de klimaatcrisis, de uitstoot van CO2 en de eindigheid van de voorraad fossiele brandstoffen vragen om een antwoord. Dan is er nog de vergrijzing die niet alleen leidt tot de vraag of de AOW, de pensioenen en de zorg voor die grote groep ouderen straks wel betaald kunnen worden, maar ook tot de vraag of er genoeg mensen zijn om die groeiende groep te verzorgen.

Maar wie in het regeerakkoord zoekt naar de urgentie die het nieuwe kabinet aan de dag wil leggen om deze crises het hoofd te bieden, kan lang zoeken. Wie denkt dat het nieuwe kabinet de Nederlanders in een gloedvol betoog meeneemt langs de pijnlijke keuzes die het heeft gemaakt en de redenen waarom het dat heeft gedaan, heeft het mis.

NEEM DE HOUDBAARHEID van de overheidsfinanciën, dat is het staatshuishoudboekje op de lange termijn dat ook zonder de economische crisis onder druk zou zijn komen te staan. Veel economen, of die nou van liberale, christelijke of sociaal-democratische afkomst zijn, zijn ervan overtuigd dat er in ieder geval twee dingen moeten gebeuren om in de toekomst de overheidsuitgaven in de klauwen te houden: de aftrekbaarheid van de hypotheekrente moet op de schop en de Nederlander moet later met pensioen. Beide maatregelen dienen trouwens ook een tweede doel. Een ingreep in de hypotheekrenteaftrek kan de woningmarkt vlottrekken voor jongere generaties. Een latere pensioenleeftijd zorgt ook voor meer mensen die het noodzakelijke werk kunnen verrichten, als leraar voor de klas of als verzorgende in een verpleeghuis.

Afgemeten aan de verkiezingsprogramma’s van VVD, CDA en PVV is het ongemoeid laten van de hypotheekrenteaftrek geen verrassing. Alle drie beloofden de kiezer daaraan niets te zullen veranderen. Mogelijk is het voor veel huizenbezitters ook een opluchting dat de aftrek blijft bestaan. Maar daarmee is de discussie over de hypotheekrenteaftrek niet van de baan. Die komt bij de eerstvolgende verkiezingen weer volop terug. Dat gebeurt in Den Haag wel vaker met pijnlijke onderwerpen: eerst zijn ze taboe, vervolgens hoopt de ene partij er garen bij te spinnen als ze alles bij het oude laat terwijl de concurrent het wel al op de politieke agenda heeft gezet, en uiteindelijk valt er niet aan te ontkomen.

Zo is het ook de AOW-leeftijd vergaan die het kabinet nu met ingang van 2020 wil verhogen tot 66 jaar. Daarmee neemt het het voorstel over waarover de sociale partners in het voorjaar een akkoord bereikten. Dat is fijn voor het maatschappelijk draagvlak dat dit kabinet goed zal kunnen gebruiken. Misschien zijn die tien jaar ook wel nodig om ervoor te zorgen dat ouderen ook inderdaad kunnen en mogen werken tot hun pensionering, want nu is dat nog te vaak niet zo. Maar door de verhoging pas in 2020 in te laten gaan, draagt deze maatregel ook pas later bij aan het betaalbaar houden van de AOW, het deel van het pensioen dat uit de algemene middelen wordt betaald. Bovendien leidt het tot het verwijt dat de babyboomers niet solidair zijn met de jongere generaties.

Als direct gevolg van de economische crisis moet er op korte termijn worden bezuinigd op de uitgaven van de overheid. Daar zijn alle politieke partijen het over eens, alleen de mate waarin en de maatregelen waarmee verschillen. Maar, zo was het beeld dat vooraf werd opgeworpen, een nieuw kabinet - van welke samenstelling dan ook - kan niet ontkomen aan echte keuzes. Niks kaasschaafmethode, maar echt zeggen: dit doen we als overheid nog wel en dat doen we niet meer.

MAAR DE GROOTSTE ombuiging, zoals bezuinigingen altijd eufemistisch worden genoemd, van het kabinet Rutte-Verhagen is de 6,5 miljard op de overheid zelf, en daaruit blijkt niks van een keuze. Er moeten ambtenaren uit, ja, maar welke en waarom? De bestuurlijke drukte moet aangepakt, vindt het kabinet, maar echt doorpakken door bijvoorbeeld de provincies weg te snijden omdat met de komst van 'Brussel’ vier bestuurslagen er een te veel is, gebeurt niet. Ook hier is het van alle bestuurslagen een beetje eraf: minder Kamerleden en ministers, minder Provinciale-Statenleden en gedeputeerden, minder raadsleden en wethouders.

Een hoofdstuk Klimaat of Milieu, of zelfs maar een tussenkopje met een van die twee termen, komt in het regeerakkoord niet voor. In het gedoogakkoord dus ook niet, maar dat laatste is niet verwonderlijk want voor de PVV is het je zorgen maken over het klimaat een linkse hobby. Eigenlijk spreekt de zin onder het kopje Natuur, dat 'de nationale koppen op de Europese regelgeving worden opgespoord en verwijderd’, boekdelen: Nederland gaat op het terrein van klimaat en natuur doen waar het niet onderuit kan, maar niet meer dan dat en soms gaat dit kabinet zelfs proberen minder te doen.

Gaat het nieuwe kabinetsbeleid dan geen pijn doen? Zeker wel. Minder gehandicapte jongeren zullen in aanmerking komen voor een volledige Wajong-uitkering. Mensen die in een verzorgings- of verpleeghuis komen, zullen de woonkosten die dat met zich meebrengt voortaan zelf moeten betalen. Iemand die na een ongeluk moet revalideren, moet zich daar voortaan zelf voor verzekeren, ook dat gaat niet meer uit de volksverzekering AWBZ. Studenten die een master willen halen, zullen daarvoor voortaan geld kunnen lenen, ze krijgen geen beurs meer.

Beetje bij beetje wordt zo verder gewerkt aan een overheid die niet meer volledig financieel wil opdraaien voor al het wel en wee van haar burgers. De een zal dit het moderniseren van de verzorgingsstaat noemen, de ander zal spreken van afbraak. Maar waarom vertellen Rutte en Verhagen niet duidelijker en met de hun moverende redenen omkleed dat ze hier op aan sturen?

De nieuwe coalitiepartners meten wel breed uit dat er drieduizend extra agenten komen, waarvan vijfhonderd animal cops, dat roken in kleine cafés weer mag, dat op de snelwegen 130 kilometer per uur de maximum snelheid wordt. Maar het nieuwe kabinet pakt de grote crises niet aan en laat de verdere versobering van Polisland Nederland het liefst buiten het licht van de schijnwerpers. Het is allemaal uit angst dat hun grote concurrent, de PVV, in de oppositiebankjes nog groter groeit. 'Wij zullen een enorme invloed hebben op het beleid’, zei Wilders bij de presentatie. Dat klopt.

Foto: Phil Nijhuis/ANP