Televisie

Televisie

Dom. Het Vara-programma De gids noemde ik Storing (BNN). In de laatste Gids was Willem van de Sande Bakhuyzen te gast naar aanleiding van De enclave, dramaserie over Srebrenica. Informatief gesprek, maar een gemiste kans was dat de naam van de scenaristen (Alma Popeyus en Hein Schütz) zelfs niet viel. Met alle respect voor Van de Sandes grote talent, geen film, geen tv-drama zonder dat «in den beginne» het scenario is. Er zijn meer goede regisseurs dan goede scenaristen en desondanks blijft dat, tussen ambacht en kunst gelegen, stiel meestal onderbelicht. Maria Goos krijgt sinds een tijd de aandacht die ze verdient. Dat geldt veel minder voor haar collega’s die de laatste jaren het Nederlandse drama naar een beduidend hoger niveau tilden. Popeyus en Schütz leverden daaraan een grote bijdrage.

Drama over Srebrenica gelijk met publicatie van het Niod-rapport — je zou het een definitief einde aan onze lang a-politieke dramatraditie kunnen noemen. Compliment daarvoor aan Vara’s dramaredacteur Robert Kievit. Tegelijk is het tricky, zeker in deze vreselijke zaak. Blijft je lang geleden geschreven verhaal feitelijk overeind bij publicatie van het rapport? Voegt fictie iets toe aan de reeks archiefbeelden, analyses en debatten die gaande is? En, daaraan voorafgaand, moet of mag de gruwel gedramatiseerd? Het antwoord hangt af van de integriteit waarmee het gebeurt: voor mij geen Sophie’s Choice.

Integer zijn Popeyus en Schütz. Ze zijn constructeurs van vernuftig, intelligent drama waarin individuen en hun lotgevallen materiaal zijn aan de hand waarvan grote morele en politieke vragen worden behandeld. In De enclave zijn dat een Dutchbat-tolk, een Bosnisch-Servische militair, een minister van Defensie. Hoe extreem ook de plot (maar wat is extreem vergeleken bij genocide?), De enclave confronteert indringend met wat daar in werkelijkheid gebeurde en wat dat voor overlevenden betekent; en met consequenties van politieke en individuele moed, opportunisme en lafheid tussen de polen onmacht en macht. Aanklacht, zeker, maar toch wordt minister Terhoef niet zo neergezet dat ik vol overtuiging de eerste steen zou gooien. Dat is een van de vele pijnlijkheden dezer dagen: falen moet aan de kaak gesteld, dus wordt er van torens geblazen. Hoog, want daar liggen de normen waaraan we meten — anders kunnen we maar beter helemaal ophouden. Maar aan nogal wat trompetters twijfel ik, ook al omdat ik dat aan mezelf doe.

Inktzwart, Srebrenica en dus De enclave. Indrukwekkend drama.