Televisie

Televisie

Hoeveel kunstliefhebbers, die de televisie minachten omdat daarop nooit iets goeds is, zouden elke dinsdag kijken naar de Samuel Beckett-verfilmingen van Channel Four en Gate Theatre Dublin? Verdomd weinig, vrees ik. Enfin, díe groep niet-kijkers verspeelt elk recht op hun vaak luidruchtig geventileerde mening. NPS en VPRO maakten het niet makkelijk: de reeks werd trots aangekondigd voor 2000 en de NRC-lezer trof destijds een enthousiast inleidend artikel. Ruim op tijd, dat wel. Eindelijk rijdt de trein, of beter, de rolstoel, maar ook ik schutterde: door vakantie en paarse-puinhopen-heisa heb ik er twee van de vijf tot nu op band. Die twee korte spelen, Rough for Theatre 1 (1950) en Play (1963) zijn prachtig gemaakt en vormen een sleutel tot Becketts drama. Althans, dat vermoed ik, want ik ben geen Beckett-kenner. Wel Eindspel-kenner doordat ik ooit de simpele knecht Clov in Fin de partie speelde. Overeenkomsten met dat «opus magnum» vielen op.

Uiterlijk: in Play zijn er de urnen waarin de drie spelers zitten, zoals Eindspels bejaarde ouders in vuilnisvaten.

Verbluffender te zien dat in eersteling Rough al een ontmoeting plaatsvindt tussen de laatst overgebleven mensen, de dominante eenbeen in rolstoel en de zachtaardige die nog kan lopen; en dat zich een vergelijkbaar spel ontrolt van aantrekken en afstoten, macht en onmacht, angst voor eenzaamheid en angst voor contact. Het machtsverschil tussen de rolstoeler en de blinde muzikant wordt hier nog afgetast, waar het in Eindspel zijn extreme vorm krijgt. Daar is Hamm zowel lam als blind en volledig afhankelijk van, maar tegelijk absoluut heerser over Clov. «Uit… ’t is uit… ’t is bijna uit… ’t is misschien bijna uit…» is Clovs openingsclaus.

Bij Beckett wordt gewacht en is het bijna afgelopen; of afgelopen; of voorbij — het leven, de menselijke soort. Hoewel het in Play lijkt of wat voorbij is tegelijk eeuwig bestaat: de personages nemen hun pijnlijke driehoeksrelatie door, niet naar elkaar luisterend, steeds opnieuw, steeds sneller: Sartres hel in Huis Clos — maar eindeloos kaler. Film doet hier wat theater niet kan: aan het slot zoomt de camera uit en blijken de drie in een onafzienbaar urnenveld te staan, vol hoofden die de pijn van hun leven voor zich uit murmelen. In saecula saeculorum.

Op www.beckettonfilm.nl het hele uitzendschema en de namen van alle groten die meewerkten. Helaas vallen de hoogtepunten — Godot, Krapp, Eindspel — begin augustus, als iedereen weg is.

Mijn band besteed ik dan, for sentimental reasons, aan Eindspel.