Televisie

Televisie

Bij sluiting van het tv-seizoen stond eindelijk drama op het menu. Vreemd. Eerst de Telefilms, hopeloos verspreid over de netten; toen «politiek drama» op Nederland 3. Lijkt consistenter dan het is: meer een bundeltje «ongeregeld; zelf uitzoeken». Er is iets merkwaardigs ge beurd. Politiek was in dramavorm decennia niet-bestaand. Nu lijkt een dijk doorgebroken. Maar vooruitgang is een dubieus begrip, als daarvan in kunst en kunstigs al sprake is. Je hebt goed en slecht drama en het stempel «politiek» verandert daar niets aan. «Een sterke televisiefilm» noemde de vpro-gids Paul Ruvens De afrekening. «Deprimerend megalomane vertoning» was adequater ge weest. Hier werden twee thema’s ineengeschoven (politiek machtsspel en verbigbrothering van de tv); werden het politieke en persoonlijke dooreengeklutst (de ene aspirant-partijleider doet het met de dochter van de andere; is getrouwd met de dochter van de Grote Oude Leider), en werd een gekunsteld spel gespeeld met «televisie op de televisie». Allemaal verschrikkelijk bedácht, voorspelbaar en oninteressant. Schokkend te zien hoe topacteurs (Mark Rietman, Gijs Scholten) wegzakken in het moeras.

Kwade reuk van Mark Timmer ging alleen al te gronde aan het omgekeerde probleem: de hoofdrol, topambtenaar, gekozen op verre gelijkenis met Docters van Leeuwen, oversteeg het amateurniveau nergens en dat deed ook zijn tegenspeelster, de minister (Loes Wouterson), geen goed. Bovendien dringt de vraag zich op waaróm je politiek drama, op ware gebeurtenissen geïnspireerd, maakt.

Kwade reuk verheldert niets over de relatie Sorgdrager-Docters en, overgeplaatst van Justitie naar Landbouw, weinig over de mechanismen van de politiek dat je niet al wist. Van de drie politieke single plays was Theo van Goghs De nacht van Aalberse het beste. Well-made en fraai geacteerd. Maar warm of koud? Nee. Hier wordt het cynisme belichaamd door de chef van een politieke tv-rubriek wiens geheime agenda eigen politieke carrière is. Zijn (zoveelste) jonge maîtresse en ondergeschikte komt er door schade en schan de achter. Bij Van Gogh zijn politiek, wereld en mens puur slecht. Bij Van Gogh (en Komrij) juichen Kok en Melkert als Fortuyn wordt vermoord. Dat is domme en kwaadaardige onderschatting van het ethische niveau van de heren. Dat is domme onderschatting van hun politiek inzicht (alsof ze niet weten dat die moord hen indirect treft). En dat is dramatisch buitengewoon oninteressant. Elke politicus Caligula. Ja hoor, doei.