Televisie

Televisie

De domste opmerking in de Volkskrant-column waarmee Gerard Mulder de vpro ten grave droeg, was die over drama: stelt niks voor «want Nederlandse acteurs kunnen niet acteren». Toen de man rond ’75 ophield met kijken, viel dat enigszins te verdedigen — in die zin dat zelfs voortreffelijke toneelspelers voor de camera vaak niet overtuigden. Sinds lang barst het van de acteertalenten in alle leeftijden — resultaat van veranderde opleiding; van kwantiteit die in kwaliteit omslaat (meer drama: meer kansen en ervaring); van de invloed van het Stimuleringsfonds; van een generatie tv-regisseurs die zowel bekwaam is in spelregie als in de filmische aspecten van het métier; en, niet in de laatste plaats, van het feit dat scenarioschrijven van hobby tot beroep werd. Want drama terugbrengen tot acteursprestaties, waar script en regie essentieel zijn, dat alleen is al dom.

Er bestaat een Nederlandse dramacultuur waaruit veel redelijke tot goede producties voortkomen. Dat dat nooit tot onze mediaspecialist is doorgedrongen, ligt niet alleen aan het feit dat die nog altijd zweert bij de bbc, maar ook aan het lot van tv in het algemeen: een kunstminnende en spraakmakende elite maakt zich vooral kwaad om trivia die de buis toont (en die betrokkenen kennelijk wel bekijken) maar neemt nauwelijks de moeite te volgen wat er aan serieuze kunst door de televisie zelf wordt gemaakt of wordt doorgegeven. Waardoor zelfs prachtprogramma’s geen deel uitmaken van een publiek debat en een collectief geheugen; iets wat familielid film vaak wel lukt.

Drie uiteenlopende dramaproducties logenstraften Mulders oordeel recent op alle fronten: IJs (ncrv); Wet en waan (avro); Quidam Quidam (vpro). IJs een traditionele vertelling rond een topschaatster. Wet en waan een aarzelend begonnen maar gegroeide reeks rond het werk van een officier van justitie en een psychiater. Kosten noch moeite gespaard voor een soms net te nadrukkelijke vormgeving. Maar vaak inzicht gevende dramacommentaren op weerbarstige materie die de leek slechts kent uit krantenberichten rond strafzaken en geestelijke gezondheidszorg. En Quidam de meest vermetele onderneming: sciencefiction rond 2120 als in Nederland politiek en technologie de privacy vermorzeld hebben. Soms flauwe, soms prachtige vondsten; intelligent script; knap gebruik van de mogelijkheden van het medium; bovendien een heus statement — kom er eens om. Dat geen van de drie producties me emotioneel wist te raken, ervaar ik als belangrijk tekort. Maar die discussie speelt op een gebied dat ver verwijderd is van Mulders luiheid en simplisme.