Televisie

Televisie

Bij het Maison de Presse een ansicht uit de reeks «Au bout du siècle en Morvan» — begin vorige eeuw, wel te verstaan. Die is voor de verzameling: mannen met snorren en hoeden tonen hun varkens.

Niet dat ik veehandelaren spaar — het gaat om de achteloosheid waarmee ze de beesten presenteren. Eén heeft er een vast aan staart en achterpoot, kop omlaag; zijn buurman tilt zíjn exemplaar louter aan het staartje; de laatste houdt zijn forse big in de oksels, buikje naar voren. Het beest krijst het uit, wat, afhankelijk van de aard van de beschouwer, een potsierlijke of meelijwekkende aanblik biedt. De mannen zien er vooral de lol van in. Van een varken kun je worst en zult maken en je kunt er hartelijk om lachen als het in doodsnood verkeert: de mens kroon op de schepping.

Die avond sluit het Journaal op France 2 met een van zijn vederlichte reportages. In de Jura heeft een kudde koeien gezelschap van een wild zwijntje. De boer veronderstelt dat het zijn moeder is kwijtgeraakt en sindsdien met de runderen mee hobbelt.

Minutenlang beelden en geouwehoer. Dan sluit de reportagemaker af: «Binnenkort gaat het jachtseizoen open dus dan is de kleine er gauw geweest.» Waar Paulien Broekema zou stikken van verontwaardiging (en met haar driekwart Holland, dat volop vreet uit de bio-industrie maar niet wenst te weten dat aan dat heerlijke vlees een gruwelijk leven is voorafgegaan en dat aan de beëindiging ervan messen en bloed te pas komen), daar vindt haar Franse collega het zowel een reële prognose als een leuke mop. Hier bestaat immers een jagerspartij.

Meer dan bij ons is de nieuwslezer letterlijk en figuurlijk «gezicht» van de uitzending: veel closer, vaker en langer in beeld. De grande dame van France 2 lijkt voor niets vervaard: het zwijntje kondigt ze even onverveerd aan als dat ze Chirac interviewt.

Dan viert zanger Henri Salvador (de oudere lezer bekend) zijn 85ste verjaardag. Ze interviewt hem op afstand. «Hoe gaat het met U?»

«Geweldig mevrouw, helemaal nu ik U zie.»

«Wat verwacht U van het optreden?»

«Na U kan niets meer verkeerd gaan. Wat heerlijk U te zien.»

Zo gaat de ouwe versierder eindeloos door. Geroutineerd pareert ze de vleierij, maar bij «ik wou dat U hier was» begeeft haar routine het en wordt ze een lachend, beetje verlegen meisje. Frankrijk, o la la.