Televisie

Televisie

Momenteel loopt de tweede reeks Telefilms, samen werking tussen film en omroep. Hopeloos versnipperd over netten en dagen, en als project moeilijk herkenbaar. De eerste reeks was succesvol: Suzy Q van Martin Koolhoven is bekroond; Frank Kete laar is genomineerd voor de Lira-scenarioprijs voor de thriller De trein van 6 uur 10; Pieter Verhoeffs Maten (Nederlands oorlogsverleden in Bosnië) was zeer de moeite waard. Uit de nieuwe reeks zijn nog films te zien van Joost Ranzijn, Nicole van Kilsdonk en Mijke de Jong. Daarvan is Ochtendzwemmers van Van Kilsdonk in Skrien bejubeld, dus wat let ons?

Van de vier die ik zag was Emile Fallaux’ debuut Liefje het meest geslaagd. Meisje vermoordt, samen met vriend, vader vanwege incestverleden, waarbij het zeer de vraag is of haar traumatische herinnering authentiek of aangepraat is. Actueel, maar vooral portret van een stel dat steeds verder buiten de realiteit belandt in een ziekmakende ménage à deux. Storm in mijn hoofd was door de Vara al uitgezonden als «in memoriam Coen Flink», die de hoofdrol speelt. Mooi gebaar. Maar lof in de pers toont weer aan dat over smaak niet te twisten valt — wat ik toch maar doe. Theaterbeest overziet zijn leven vlak voor de dood. Natuurlijk fraai gefilmd en geacteerd, maar Chiem van Houweningens scenario is topzwaar: alle Grote Stukken uit de theaterliteratuur komen voorbij (de stervende speelde en regisseerde ze immers) en krijgen een rol in ’s mans geschiedenis. Pretentieus. Ook in Het negende uur dient een meesterwerk (de Matthäus) als kapstok. Zanger krijgt carrièrekans als hij de Christus-partij mag overnemen. De man is een gevoelsarme egotripper die een relatie met een escortdame (Maria Magdalena?) onderhoudt en zijn vaste begeleider (Johannes de Doper?), diepgelovig Bach-kenner en homoseksueel, systematisch kleineert. Volgens de dirigent kan Bach alleen worden uitgevoerd door lieden die in God geloven; volgens mij alleen door getalenteerde muzikanten die in Bach geloven. Het lukt onze godloochenende aterling maar niet Jezus’ laatste woorden, «Eli, Eli» er zuiver uit te krijgen. Waarop de begeleider hem een spijker door de hand jaagt opdat hij weet wat lijden is.

Ware ik christen (zoals opdrachtgever EO), ik vond het buitengewoon blasfemisch; nu werkte het, in pompeuze nadrukkelijkheid, op de lachspieren. Ondanks de staat van dienst van makers Ger Beukenkamp en Gerrard Verhage. Ten slotte Saint Amour van Eric Oosthoek over de worsteling van roomse geestelijken met het celibaat en het opgeeiste recht lichamelijke liefde met priesterschap te combineren. Loden Ikon-ernst. Antropologisch interessant, dramatisch helaas niet.