Televisie

Televisie

In mijn school hangen reclameposters. Onprettig, omdat onderwijs vrij moet zijn van commercie, en vanwege de manier waarop wordt aangeprezen. Om een bikini te verkopen, stop je er een uitbundig gevormde dame in. Akkoord. Maar als je ter introductie van een zoutje ook al drie topless troelen neerzet, wordt het anders. Gek genoeg geen enkel protest — noch uit religieuze, noch uit feministische hoek. Terwijl godsdienst toch echt terug is: de christelijke vorm vooral via een aantal Surinaamse studenten; de islam via andere, al dan niet gesluierde, «nieuwkomers». Maar feminisme, dat is zelfs in onze «zachte» onderwijshoek onzichtbaar geworden.

Vroeger hadden bikini’s geen minuut gehangen. Vraagt een collega of ik me ook zo erger aan de poster van een financiële instelling die, vlak voor 4 mei, het monument op de Dam ter verkoop van producten inzet. Ik was er met halve blik langsgelopen en ben dus ook minder alert geworden. Enfin, Pia Dijkstra roept ons via televisie op twee minuten stil te zijn en vindt dat eigenlijk veel te kort. Gelijk heeft ze. Maar dat ze een verloren gevecht voert als het erom gaat gans een volk stil te krijgen, dat is duidelijk. Ook als je 4 mei koppelt aan protest tegen «zinloos geweld» — wat toch wel een heel treurig stemmende actualisering betekent. Mijn associaties met 4 mei zijn in elk geval anders.

Recent bij de VPRO Before the Rain van Milcho Manchevsky gezien. Speelfilm uit 1994 waarin voelbaar wordt hoe min of meer vreedzame coëxistentie tussen Macedoniërs en Albanezen wegslijt onder invloed van toenemend radicalisme: artistieke aankondiging van de recente explosie. De bitterheid daarvan even indrukwekkend duidelijk gemaakt door de in Nederland wonende Aneta Levnikovska die een filmdagboek maakte over het bezoek aan familie en vrienden in Macedonië (Ikon). Tot haar verbijstering blijkt de vroegere omgeving, etnisch gemengd en verdraagzaam, nog slechts in «zij» en «wij» te denken. Na legio pijnlijke confrontaties verklaart ze blij te zijn uit «dit gekkenhuis» van haat weg te mogen, zich tegelijk bewust van het feit dat haar «onpartijdigheid» gevolg is van de migratie.

Ten slotte las ik Een gesprek met mijn vader (Sun), waarin Dunya Breur haar vader Krijn, Spanje-strijder en verzetsman, een nacht op bezoek krijgt. Fictie (hij werd geëxecuteerd vóór haar eerste verjaardag) als raamwerk voor een onderzoek naar wie hij was, en volstrekt onsentimentele analyse van haar eigen, door nazi’s en Koude Oorlog beschadigde leven. Literair geen top, maar aangrijpend egodocument dat ver uitstijgt boven een therapeutische onderneming. De pijn van 4 mei.