Televisie

Het lijkt of over televisie louter in termen van angst en minachting gesproken kan worden. Gedegen, fatsoenlijke producten sneeuwen onder. En dat het medium tot grootse prestaties in staat is lijkt al helemáál vergeten. Zo bemin ik het huwelijk tussen Erato, muziekmuze, en eenoog Cycloop, beschermheer van de buis: prachtige kindertjes komen daarvan. Nog wel verspreid over veel programmacategorieën: kenden we Roberta Alexander slechts van cd, door Adriaan van Dis leerden we ooit een verrukkelijk geestige en wijze vrouw kennen. Indruk die wekelijks bevestigd wordt in Avro’s spelletje (!) Harde noten, waarin ze componist/dirigent Micha Hamel bestrijdt.

De zwarte-kousen-melomaan zal het niks vinden, die anekdotentrommel over Brahms in het bordeel en de gruwelechtgenote van Haydn; dat herkennen van op piano gespeelde moppies – maar het is gein en als een Nederlandse mezzo in één zin weet duidelijk te maken waarom haar te raden zangeres wel Cecilia Bartoli móet zijn, leren we ook nog. Met regelmaat zijn er bovendien prachtdocumentaires over componist en muzikant. Reiziger en Apituley praten liefdevol met vertegenwoordigers van zowat elk genre. En dan is er die onderschatte oerfunctie van de televisie: doorgeefluik. Prachtigs komt tot ons uit concertzaal en theater. Voor mij mag een Nipkov-vermelding naar wat Nederland 3 deed met de Götterdämmerung: inleidingen en beschouwingen van wagneriaanse uitputtendheid en een schitterende registratie.

Trouwens, dit jaar kan al niet meer kapot sinds het Nieuwjaarsconcert van Blazersensemble en Vpro -skispringen voor de muziekliefhebber. Katterige dufheid verdwijnt op slag: kaalhoofdige worstelaar in geel hemd en fantasie-smokingjasje komt op en zingzegt: ´Cammino, camminoª (ik wandel), intens, bezwerend. Dan breekt een prachtige zeventiende-eeuwse melodie door (Claudio Saracini), zo soepel en rond gezongen als de man zelf vierkant is: Marco Beasley, Napolitaans tenor. Term die meestal op een beperkt en zoetelijk repertoire duidt, maar Beasley zingt met evenveel gein, hartstocht en intelligentie de traditionele liederen uit zijn stad als die van Claudio Monteverdi.

Troubadours was het thema, en net als Beasley zong Loudon Wainwright drie vertellingen – hij in de Amerikaanse gitaarstijl. Saracini’s lied komt steeds terug, de onderdelen verbindend en gezet op nieuwe tekst – een soort pelgrimstocht der mensheid. Veel ‘oud’ en ‘nieuw’ trouwens door het hele programma heen: eigentijdse componisten als Martland en Francesconi die zich lieten inspireren door Marin Marais en Gesualdo. Het Blazersensemble in topvorm: fluisterend en brullend, swingend en stampend. En het belangrijkst: wat in het Concertgebouw een feest voor de gelukkige aanwezigen was, werd dat ook thuis. Oud nieuws? Nee, de cd van het concert is net uit: Si dolce. En als niemand luistert brul ik mee met Beasley: ´Queste labbra, questo canto.ª En smelt, als op 1 januari. Zanger in het diepst van mijn gedachten. Nergens anders, helaas.