Televisie

Televisie

De man die zichzelf niet Peter maar Peter R. de Vries noemt, wat zoiets is als jezelf «meneer Van der Kooi» noemen, zat achter oplichters aan die iets elektronisch te koop aanbieden en wel geld innen maar niet leveren. Nou, dan heb je aan hem een kwaaie, mits hij er een lucratief programma van kan maken.

Verborgen camera, achtervolgingen en opeens «hebbes»: Peter R. sprong uit zijn geblindeerde busje, trok een sprintje en riep iets als «Je bent er gloeiend bij, mannetje, je dacht zeker dat dat zo maar ging». Proza uit de jeugdboeken van uitgeverij Kluitman te Alkmaar, jaren vijftig. Het had iets ridicuuls, mede doordat de journalist/privédetective/onbezoldigd veldwachter flink en bang tegelijk was. De enorme verontwaardiging in zijn stem spiegelde die van zijn trouwe kijkers, maar diende ook als rechtvaardiging voor zijn merkwaardige optreden en als morele zelfhulp.

Enfin, na die uitzending waren straat en stad weer iets veiliger en de politie zal daar erg blij mee zijn: Peter R. is hun beste vriend. Door die Amstelveense afrekening bleek hij dat echter ook te zijn van een topstuk in de penoze. Even dacht ik nog dat P.R. de V. zijn mond voorbij had gepraat, maar toen hij de grafrede mocht houden wisten we zeker dat C. v. H. zijn bloedgabber was geweest.

En ik dacht terug aan zijn toorn jegens dat Maghrebse zwendelaartje, aan de heiligheid van zijn verontwaardiging, en besefte welk een ingewikkeld wezen de mens toch is. C. v. H. was tuig van de richel, maar ja, het was kennelijk P.R. de V.’s tuig van de richel. Laten we blij zijn dat het leven niet eenduidig is en dat vriendschap en liefde dwars door verboden grenzen gaan (zoals ook in het aardige Najib en Julia van Justus van Oel en Theo van Gogh). Hoe een en ander te rijmen is met ’s mans integriteit als journalist is een ander hoofdstuk.

Een verwante vraag deed zich voor bij de herdenking van de Watersnoodramp. Daar hield commissaris van de koningin Franssen een interessante rede over de toekomst van Zeeuwse veiligheid. Hij maakte zich zorgen vanwege prognoses over stijging van de zeespiegel, refereerde aan de grote invloed die de mens daarop heeft, noemde ingrijpende maatregelen die dan toch nog onvoldoende zouden zijn en liet mij achter met de vraag hoe dit verhaal in ’s herennaam te rijmen valt met het VVD-lidmaatschap.

Naar de kloten gaan we toch, maar laten we dan niet schijnheilig mekkeren.