Welke werkelijkheid?

Televisie


De makers van het SBS-programma De Bus (noem je zoiets eigenlijk een ‘redactie’?) ontvingen een verzoek van de nabestaanden van een verongelukte Bus-fan: konden de passagiers bij dit overlijden stilstaan? Wens werd door de producent omgezet in bevel, want deelnemers aan deze nieuwe programmacategorie leveren contractueel naast privacy veel meer vrijheid, zoniet burgerrechten in. Zij lijken daar, in verlangen naar roem en geld, zelden mee te zitten. Gehoorzaam sloegen zij aan het dichten over het in de knop gebroken leven van iemand die zij niet kenden. De producten van deze gemiddeld niet hoog opgeleide jongelui waren weinig slechter dan wat wij bij ‘verre’ condoleances aan beschouwingen op papier krijgen.


Ter afronding stelden de passagiers zich, hand in hand, voor de bus op en namen een minuut stilte in acht. Voor de nabestaanden kan dit troostend zijn geweest: publiek gedeelde rouw. Een enkele passagier leek ontroerd en wat ook de psychologische mechanismen daarachter zijn, het kan effect hebben voor degenen die troost zochten: eigentijdse variant op ingehuurde klaagvrouwen. Maar bij de kijker welde niet traan doch lach op vanwege zoveel kitsch.


De scène haalde Het blauwe licht (dat, tot mijn ontsteltenis, niet gecontinueerd zal worden, zomin als het ook al zo fraaie Sportpaleis De Jong — wat Van den Brinks ingezonden brief in de Volkskrant, waarin hij die programma’s noemt ter adstructie van VPRO’s diversiteit en kwaliteit, dubieus maakt). Eén overweging ontbrak bij Ramdas c.s.: de mogelijkheid dat er helemaal geen verzoek, want geen dode aan de rouwplechtigheid ten grondslag lag. De Bus lijdt aan een ander soort verveling dan Big Brother, maar lijden doet het. En waar ethiek een schaars goed is inzake reality-televisie, lijkt niet uitgesloten dat men zich van (te) vergaande kunstgrepen bedient. Story zal dit journalistiek uitgezocht hebben. Excuses aan nabestaanden en SBS wanneer deze verdachtmaking onterecht is.


Was Big Brother een oud-Hollandse kleinburgerlijke familie, met moeder, vader, gezellige oom en licht opstandige kinderen, De Bus is etnisch gemêleerd, volkser en jonger. Er wordt eerder meer dan minder in gepraat, zij het figuurlijk minder gearticuleerd en letterlijk onverstaanbaarder (niet door Aziz, Bülent en Seki maar door erfelijke Hollanders). En bovenal, er is minder beheersing van emoties en lichaam — wat je ‘aardser’ zou kunnen noemen. Een heus debat wordt gewijd aan de vraag of je het ‘lingeriesetje’ dat hij zijn vorige geliefde gaf, en dat hij uit kiesheid terugkreeg omdat ze er haar nieuwe vriend niet mee wil opwinden, als nieuwe vlam nu wel of niet draagt. Er bestaan ethische en hygiënische discussies waar je als kijker niet zo gauw op komt.


Toch richt de verbazing zich niet zozeer op de passagiers als wel op ‘de wereld van De Mol en Van Westerloo’. Worden de acteurs eerst dringend gewaarschuwd omdat ze te weinig ‘zichzelf zijn’ (al behoorlijk paradoxaal in een volstrekt onnatuurlijke setting), dan weer dreigen ze verwijderd te worden vanwege authentiek taalgebruik en gedrag. Ze worden er merkbaar ongelukkig van. Wat ‘reality-televisie’ heet, heeft met ‘werkelijkheid’ niets van doen. Al creëert deze vorm van kunstmatigheid natuurlijk wel een nieuwe, eigen werkelijkheid.