Televisie

Televisie

Niemand die de naam «Haitink» uitspreekt zoals Jaap van Zweden, ex-violist en dirigent. Er klinkt zowel Mokums als zwediaans in mee en het resultaat contrasteert enigszins komisch met de deftige maestro die door middel van die klanken wordt aangeduid. Want mogen strijkers in de symfonische wereld gemiddeld meisjes van adel zijn, Japie is qua afkomst verwant aan de koperblazers die via harmonie en fanfare de Heilige Hallen betreden — niet als gelovig bezoeker, maar als priester. Hij komt uit «mijn» Hoofddorppleinbuurt van arbeiders en «kleine» employés en zal dus ook schaatsen geleerd hebben op de Westlandgracht — als hij dat al mocht, want het potje voetbal voor de deur was eigenlijk al te link voor een wonderkind. Overigens is die afkomst het écht bijzondere niet: uit talloze van die buurten hebben door een naoorlogs beurzenstelsel legio intellectuele en/of artistieke talenten zich kunnen ontwikkelen. Meestal bracht dat klimmen op de sociale ladder vergaande aanpassing met zich mee aan de stijl van die hoger sferen, van accent tot smaak — wat iets potsierlijks kan hebben waar het talent eigenlijk te klein is, maar wat meestal haast organisch geschiedt. Maar in Jaap van Zweden is altijd de «lage» cultuur blijven voortbestaan naast de «hoge», wat hem tot een buitenbeentje maakte en maakt. Enerzijds zit dat kennelijk in die jongen, anderzijds heeft het iets van een keuze, een provocatie zelfs. En dat heeft, voor mij, verregaand aangepaste, iets leuks. Al deel ik veel van zijn voorkeuren niet. Iets in Van Zweden doet denken aan «Amadeus» zoals Salieri hem op toneel en in de film verbijsterd beziet: ordinaire potsenmaker, op wie goddelijke zegen rust.

Hij was hoofdpersoon in een tweedelige Avro-documentaire van Roeland Hazendonk ter gelegenheid van de lancering van zijn negen Beet hovens met het Residentieorkest. (Waarover ik me afvraag hoeveel de platenmaatschappij gedokt heeft, gezien het Volkskrant-bericht dat de algemene musea laat betalen voor een bezoekje-met-camera.) Als muziekdocumentaire was het niet opzienbarend en hun babbeltoer door Wenen langs de sporen van de Dove Titaan riep vooral heimwee op naar hun voorgangers Jan Wagenmeester en Han Reiziger À la recherche de Mozart, maar mij kun je doodgooien met lullen over muziek door mensen die er veel van af weten, met beeld en geluid van zo een platen sessie en met de sensatie die bonje tussen muzikanten en dirigent oplevert. Wie voor Van Zweden geboren is wordt nooit een Haitink. Maar goed is-ie, die kwajongen.