Televisie

Televisie

Op mijn vijfentwintigste kwam ik voor de klas. De voorbereiding daarop was een studie geschiedenis, wat niet onhandig is voor een geschiedenisleraar maar nauwelijks een garantie voor succes: mijn kennis over het middeleeuwse Chronicon Ebersheimense, de breuk in de Sociaal Democratische Bond en de afschaffing van de lijfeigenschap in de Oeral was niet erg toepasbaar.

Vakdidactiek bestond niet. Wel algemene didactiek van een jongeman die de lof van het elitaire Bijzonder Neutraal Onderwijs zong en wiens overigens slaapverwekkende gepraat begrijpelijk maakte waarom hij van lyceum naar universiteit was gevlucht. Net een hoogleraar pedagogie die uit de ouderlijke macht is gezet. Wij trapten dan geen keet meer, we hadden ook geen enkel respect en zoiets moet voelbaar zijn. Al hebben sommigen een bar dikke huid.

Kort voor de vuurdoop bezocht ik mijn geadoreerde voormalige geschiedenisleraar, die naast jenever louter anekdotes te bieden had. Die nacht droomde ik van leerlingen die er een teringzooi van maakten, tegelijk opstonden en het lokaal verlieten. De werkelijkheid viel mee: geen punaises op mijn stoel en hanteerbare kinderen. Althans, voor mij, want soms leed een collega onder ernstige ordeproblemen. Nooit maakte ik mee dat iemand die overwon, al hoorde ik wel van incidenteel succes nadat iemand van school was veranderd.

Wat maakt dat iemand orde heeft? Uitstraling (liefst op z’n Mokums uit te spreken). Vreselijk woord, maar «charisma» is te sterk. In De school draait door van Wim Schepens geeft schoolhoofd juf Bonnie meester Jan tips om groep 8 stil te krijgen. Lichaamshouding, blik, positieve aanpak («Zo, dat groepje is al stil»). Maar de kijker weet dat het geen moer helpt; dat bij meester Jan niet werkt wat juf Bonnie succesvol maakt. Dat juf Bonnie ontelbare manieren heeft om orde te houden en meester Jan inmiddels niet één meer.

Ook meester Erwin gaat er onderdoor bij groep 8 en dat is gruwelijk om te horen en te zien. Niet eens zozeer zijn knakken, zijn huilbui die het begin van verlossing is, al heeft die de vorm van een vlucht naar elders. Veel meer de machteloosheid daaraan voorafgaand, die vergeefse stem verheffing en uiteindelijk dat cynisme.

Meesters Erwin en Jan zijn geen toppers, zoals juf Marian en juf Arjanne dat wél zijn. Maar ze verdienen een kans op een andere school: de Carrousel is er alleen voor de allersterksten die les geven aan de zwaksten. Vrijdag geef ik mijn afscheidscollege. Als ze nu maar stil zijn.