Televisie

Televisie

Bijna niks wist ik van Edith Piaf behalve dat ze klein was en nergens spijt van had, wat ze zong met die stem die door plaatstaal ging. Wie zegt nergens spijt van te hebben, heeft wild geleefd en steekt haar middelvinger op tegen burgers als ik die «tut tut nou nou» zeggen. Een van die burgers hoorde tot haar hofhouding want hij schreef de teksten die als haar autobiografie klonken. Deze Rivgauche schranste en zoop als enige paladijn niet mee, wat Piaf amuseerde en prikkelde. At ze een keertje gezond, kwark met tuinkruiden, vrat ze niet één portie maar een hele schaal leeg om hem te pesten. Zoals ze ook, speciaal voor hem, haar bontjas als deurmat gebruikte. Ze versleet mannen, las ik, maar uit een documentaire die de VPRO uitzond, kreeg je toch meer de indruk dat die haar versleten.

Een andere kompaan beschreef haar jeugd die de gruwelijkheid van Grimm-sprookjes bezat maar ook lichtpuntjes bevatte: de gelukkige jaren als kind in het bordeel van oma (de hoeren waren gek op het dwergje) en genezing van een oogziekte door ingrijpen van de Kleine Heilige Theresia van Lisieux. Enfin, een arm en rijk hartstochtelijk leven van een fabuleus muzikaal talent in een boeiend programma. In een interessante rubriek, Vrije Geluiden, die niet schuwt de ene week Pierre Audi een uur te interviewen (die blijft, godlof, in Amsterdam) en de andere aandacht te besteden aan de Franse Zangeres Zonder Naam. Hoge en lage cultuur, het weet wat. Dat ik zo weinig van Piaf wist, had van doen met het hoge Levenslied- annex Hazes-gehalte dat me minder aansprak dan de werken van Brassens, Patachou, Gréco. Schandalig elitair, jawel, en ik zal binnenkort wel voor een rechtbank van massacommunicatiewetenschappers moeten verschijnen. Geldt dan als verzachtende omstandigheid dat ik door die documentaire pas goed zag hoezeer ik Piaf onderschatte, muzikaal, maar ook qua teksten die zowel Andrés rijmwoordenboekresultaat als dat van de Naamloze verpletteren? Of teken ik dan pas echt mijn doodvonnis omdat mijn criteria ontleend zijn aan de Hogere cultuur en ik me dus bezondig aan klassendiscriminatie?

Jammer dat Piaf veel te pontificaal werd ingeleid door «het gezicht» van Vrije Geluiden, Hans Flupsen, die rellerig op «stay tuned»-toon vast wat smakelijke sensatie uit de inhoud opdiste. Weinig dienstbaar en te zeer aanwezig. Hetzelfde dat voor Papaul geldt. Werkelijk iedereen die in De Leeuws heksenketel opdraaft wordt tot zetstuk gereduceerd. Spierballentelevisie die zichzelf overschreeuwt.