Televisie

Televisie

Laatst zat Haci Karacaer, directeur van Milli Gorüs, Turks-islamitische organisatie, in een documentaire over de vraag of in Nederland een nieuwe, meer verlichte islam ontstaat. Een thema daarin was de fysieke scheiding van mannen en vrouwen in de moskee (net als in de synagoge trouwens en voorheen in de kerk, maar daar ging het niet over). De meeste woordvoerders kwamen er niet goed uit, wat te begrijpen is, want hun taalbeheersing is beperkt, het onderwerp lastig en, belangrijker, in hun ogen eigenlijk onbegrijpelijk omdat hier moeilijk gedaan wordt over zaken die zowel religieus als cultureel zonneklaar zijn: mannen en vrouwen verschillen wezenlijk naar aard, positie, recht en opdracht. Maar het lachende antwoord van Karacaer was anders en typerend: de moskee was er om aan God te denken en door de aanwezigheid van, pakweg, de filmmaakster dreigde hij behoorlijk daarvan afgeleid te worden.

Die vrouw kwam later in een flits in beeld en ze bleek qua kleedstijl meer van BNN’s Bridget Maasland dan van Moeder Teresa te hebben. Karacaers argument voor seksenscheiding mag niet overtuigend zijn, het speelt openlijk en ad rem met moderniteit en erotiek, wat de El Moumni’s dezer wereld een gruwel is.

Dit alles omdat een van onze Instituten kledingvoorschriften hanteert. En omdat ik daar, tot mijn eigen schrik, begrip voor heb. Begrijp me goed: als een meisje nee zegt, dan bedoelt ze nee. En weinig walgelijkers dan tuig (daders, getuigen, soms zelfs agenten) dat bij aanranding of verkrachting het slachtoffer verwijt daarom gevraagd te hebben door haar kleedstijl. Maar ik verbaas me over de naïviteit waarmee sommige vrouwen de mode volgen, ook als die alles uit de kast haalt (of er juist in laat) om hun primaire en secundaire geslachts organen te benadrukken. Wat voor de een bijkans tertiair geslachtsorgaan is, de naaldhak, is voor hen «een beeldig schoentje». Zie sommige van onze studentes paraderen: de lippen zijn gestift, getuit, zelfs opgeblazen; de borsten krijgen we op presenteerbladen aangeboden; de buiken zijn ontbloot en versierd; de tattoos op de bovenbil verwijzen naar beneden; de string is zichtbaar — en, absoluut, wij hebben onder alle omstandigheden onze poten thuis te houden, tenzij nadrukkelijk om actie wordt gevraagd.

Maar voor alles is een tijd en plaats: het les lokaal is de Roxy niet; het hulpverleningsgesprek vindt niet plaats in een strandtent; en, o ja, je gezichtssluier draag je maar buiten school. Voorschriften zouden niet nodig moeten zijn, maar sommige studenten kennen de grenzen niet.