Televisie

Televisie

B&W was vrijdag gewijd aan Van Kooten en De Bie. Niet alles is even briljant in deze «Best of» van een uur, maar een aantal scènes is zo goed, mooi of raak dat wie beweert dat ze veel te lang zijn doorgegaan in de categorie «pedante kwast» moet bijgezet, een type dat ik K&B meesterlijk zie neerzetten als blaaskaak-met-vlinderdas die wijst op zwakheden in werk van, pakweg, Mozart en Matisse. In de receptie van K&B valt trouwens toch op hoe vroeg en vaak is beweerd dat het niet meer was wat het geweest was. In dubbele zin was dat gevolg van hun kracht: ze werden niet aan de rest van het programma-aanbod gemeten maar aan hun eigen topprestaties, en de klacht klonk vooral wanneer ze voor de zoveelste keer met een nieuw format aankwamen waaraan de kijker nog moest wennen — want gemakzucht was hun vreemd, voortdurend werden darlings gekilled en weerbarstigheid werd niet geschuwd. Al in de vroege jaren tachtig vond NRC-columnist en impresario Gerard van Lennep dat ze uit elkaar moesten, met als ondertoon dat De Bie als rem op genie Van Kooten zou werken. Was dit professionele advies gevolgd dan hadden we het leeuwendeel van een grandioos oeuvre gemist.

En het doet De Bie schandalig tekort, want mogen diens latere solo’s niet tippen aan het duowerk, de som was bij hen zoveel meer dan de afzonderlijke delen. Dertig jaar lang waren ze de artsen die niet alleen de temperatuur van de tijdgeest opnamen maar die geest ook mede bepaalden. Altijd waren ze de jongetjes die hardop hun oordeel over des keizers nieuwe kleren uitspraken. Omgekeerde trendwatchers waren ze, modieusheid niet bevorderend maar doorprikkend. Want gek als ze deden, «doe maar gewoon» was hun diep-Hollandse fundament. Als Erasmus’ Zotheid beklommen ze de preekstoel om hun eigen lof te zingen in de Omgekeerde Wereld. Daarbij was hun toon sommigen te mild. En inderdaad, bij hen ironie, soms boosheid, maar geen cynisme of sarcasme. Humanisme, noemde ik het, met een te groot woord. Maar ik weet geen beter. Ze zouden te laat zijn gestopt , maar allemachtig, wat mis ik ze, juist in de laatste jaren van verwarring.