Televisie

Televisie

Voor «nieuws» moet je bij de radio zijn. Niets be ter dan een neutrale stem die in heldere zinnen de belangrijkste feiten op een rij zet. Dat het NOS Radionieuws de naam van de nieuwslezer tegenwoordig aankondigt, soms alsof die de salto mortale in het circus gaat uitvoeren, is overbodig; dat het diens tekst afwisselt met fragmenten uit interview en toespraak, het hoeft niet maar het kan; dat het met jingles en piepjes werkt, is bespottelijk. Maar dat is allemaal heilig vergeleken bij de kramp waarin Hare Majesteits televisie, departement NOS Journaal, sinds tijden is geschoten in zijn streven om… ja, wat eigenlijk? Zo veel mogelijk kijkers te trekken? De commercie te verslaan? Eigentijds te wezen naar vorm en inhoud? Toegankelijk te zijn? Lollig te doen?

Dat laatste is niet het ergste maar wel tenenkrommend. Philip Freriks voorziet Erwin Kroll steevast van een onverwachte vraag, geforceerd ontleend aan het laatste nieuwsitem, waarop die een spontane overgang mag bedenken. Wat voornamelijk gestotter of kantoorhumor oplevert. Als het doorgestoken kaart is, is het nog erger, gezien het armzalige resultaat. Vroeger liep Kroll daarna nog naar Freriks toe voor een spontane evaluatie van hun sketchje, maar die ongedwongen scène is godlof geschrapt. In Frankrijk zijn journaal en «weer» door een reclameblok gescheiden. Waarschijnlijk uit commerciële overwegingen. Bij ons zou dat een verbetering zijn omdat dan niet meer de suggestie wordt gewekt dat oubollige Postbus 51-adviezen van de weerlui — «Vanavond zou u lekker kunnen gaan barbecuen of een terrasje pakken» — iets van doen zouden hebben met een volwassen nieuwsuitzending. «Dat maken we zelf wel uit!»

Sketchjes, daar zijn ze tóch goed in bij het NOS Journaal. Een deskundige interviewen volstaat al lang niet meer: te saai. Of daarom meneer onderzoeker of mevrouw professor even aan het bureau wil gaan zitten om in de natuurlijke habitat van studeerkamer of kantoor spontaan twintig seconden aan een wetenschappelijk artikel te schrijven of dossiers door te nemen.

Wat even saai en bovendien potsierlijk is. Opleuken en spelen, het zijn niet meer dan symptomen van de verwarring waarin het programma zich lijkt te bevinden. Geen betere politiek dan saaie politiek; geen beter Journaal dan een saai Journaal; geen betere presentator dan de saaie (en vertrokken) Henny Stoel. Maar dat is vloeken in de kerk van wie een gedegen traditie wil combineren met, of zelfs vervangen door volks en flitsend — wat dan ook nog mislukt.