Televisie

Televisie

Roos is dood. Overleden in de tweeduizendste aflevering van Goede Tijden. Rogier Proper, ooit hoofdauteur, hoorde ervan op toen Radio 1’s Max van Weezel hem dat vertelde. Hij kent dan ook inmiddels driekwart van de personages niet meer. In tegenstelling tot ruim een miljoen kijkers onder wie Van Weezel, diens gade Annet Bleich, hun dochter en, waarschijnlijk, werkster — als ze die hebben. Op een congres in Maas tricht ging het recent over «soap». Ter voorbereiding keek ik naar Onderweg, Goudkust en gtst (door René Zwaap recent fraai geanalyseerd) en bleek weer gespeend van elk talent voor verslaving aan het genre: deprimerend vond ik het en lelijk.

Die weerzin heeft weinig met scholing van doen, zoals de Van Weezels aantonen; en ik kijk wél naar voetbal dat qua eeuwige herhaling en «diepgang» familie van soap is en dat in chauvinisme bedenkelijker aspecten kent. Hoewel ik aanneem dat Hollandse soaps geolieder uit de «zeepfabriek» rollen dan in de beginperiode was ik toch verbluft door knulligheid, vergeleken met sommige Angelsaksische varianten. De beste acteurs cirkelen rond C-niveau en naar beneden bestaan er geen grenzen; nog altijd worden er zinnen gesproken die niemand ooit in de mond neemt laat staan de bek uit krijgt; filmisch valt er niets te beleven; de karakters wekken mijn nieuwsgierigheid noch identificatie; hun lotgevallen zijn absurd.

Dat laatste is geen universeel soapkenmerk. In Maastricht werden scènes uit het Vlaamse Thuis vertoond: toonbeeld van braafheid vergeleken met het Hollands gruwelkabinet. «Elk land krijgt de soap die het verdient», sprak Michael Belderink van Script Studio (voorheen Proper, nu Endemol) streng en ik vroeg me af wat we hier dan misdaan hebben: zij hebben immers Dutroux. Hoe dan ook, ten onzent is een tendens richting «gothic» soap waar te nemen, in Vlaanderen is men (minder begaafde) familie van de Engelse voorbeelden Coronation Street (veertig jaar oud!) en Eastenders. Belderink betreurde het dat soap in Nederland door de commercie was gestart en niet door de Vara. Daar zit wat in: van hun comedy’s, ook voor massapubliek, hoef je niet te houden om te zien dat er talent en geld aan te pas zijn gekomen. En ook Proper sprak zijn verbazing erover uit dat de publieke omroep hem nooit heeft benaderd om soap van minder shabby gehalte te maken. Daarmee erkennend dat er niveauverschillen binnen het genre bestaan, waar veel andere soapbetrokkenen elke kritiek op hun werk afdoen als reactionair intellectueel dédain. Belderink zei ook: «Goede soap is soap die goed bekeken wordt.» Dan is Goede Tijden geweldig.