Televisie

Televisie

Christus is helemaal terug, bloediger dan bij Geertgen tot Sint Jans, en de vraag is of dat losstaat van de opmars van Mohamed. Lijder tegen Strijder. De ongelovige huivert en vreest dat zijn vage humanisme, waarvan hij ooit meende dat het zou groeien in iets wat Vooruitgang heette (Vooruitgang waarin hij allang niet meer gelooft), weggevaagd zal worden in deze Godenstrijd. Subliem de manier waarop Willem Elsschot in Het dwaallicht de Man van Smarten, hangend op een politiebureau, laat zien door de verbijsterde ogen van Afghaanse zeelui, wier Allah nooit Zijn Zoon (op zichzelf al een vloek natuurlijk, maar die Christengod had er eentje en dus moeten ze de vergelijking aan) een dergelijk lot zou laten ondergaan. Maar van de hikkende vrolijkheid bij het lezen van deze cultuurconfrontatie is weinig meer over. Ook al doordat in hetzelfde Antwerpen vier passagierende zeelui op zoek naar Maria van Dam iets heel anders is dan tienduizenden daar woonachtige gelovigen in de Profeet, onder wie Abou Jahjah. En doordat de Lijder op zijn beurt verdedigd wordt door strijdbare types als De Winter (de kaart van de religie alleen trekkend als het hem uitkomt) en door Mel Gibson, die met zijn godsmoord-rolprent de joodse wijk in één moeite door opnieuw op de kaart zet. Halleluja.

Was het mede door die verharding een rijk Passie-volgens-Bach-jaar? We kregen Matthäus en Johannes samen vier keer, waarbij de radio dik won met Herreweghe en Koopman, respectievelijk live en een jaar oud, terwijl de televisie een oudere Johannes van Kuyken bood en een tien jaar oude EO-registratie uit Engeland van de Matthäus. Ach, er is geen vooruitgang in de kunst, en oude opnamen kunnen mooier zijn dan nieuwe, maar als spiegel van de concertpraktijk is de radio verre te prefereren. Hoewel je uit gerekend daar bij oude opnamen niet gehinderd wordt door de enorme brillen van een mode terug die je bij de Evangelische Omroep tegemoet knallen. Overigens is er een echte reden voor de EO om die opname door een recente te vervangen: de abominabele bas die de aria’s verknalt en die alles wat Kirkby en Chance opbouwen, afbreekt.

Ten slotte: het Journaal had een Matthäus-item. Wordt een lid van het jongenskoor gevraagd waar het volgens hem over gaat. Hij aarzelt: «Nou, eh, over liefde, en, eh, over dood.» En dan maken Fens, Hofland en Kousbroek zich in Tegenlicht zorgen over de jeugd van tegenwoordig. Elf jaar oud die gozer!