Televisie

Televisie

Oogverblindend was Ayaan Hirsi Ali bij het Grand Gala klassieke Edisons. Mij hoor je niet klagen. Maar wat ze er in vredesnaam deed? Ja, een prijs overhandigen aan Le Concert Spirituel. Maar waarom zij? Merkwaardig hakkelend voor de taalkunstenares die ze is, vergeleek ze klassieke muziek tot twee keer toe met een fles goede wijn waar ze graag van dronk. De ultieme inburgering: in gala op het podium van Heilige Hallen westerse kunstmuziek waarderend vergelijken met alcohol. Maar voor dat examen was ze al lang geslaagd. Brinkhorst deelde ook prijzen uit, maar die is van EZ en de muziekindus trie kan wel wat hoge steun gebruiken. Misten we nog Gerda Verburg, dan was de coalitie in haar geheel vertegenwoordigd. Robin van Persie was trouwens even logisch geweest. Of Wilma Nanninga. Hengel je tenminste echt naar een groter publiek voor het derde net, dat om kijkers springt.

Zoals bleek uit uitzendingen van TV3. In de ene meldde Joost Zwagerman wie zijn zomergasten worden. Dat is als incestueus weggehoond, maar waarom zou televisie geen serieuze aandacht aan televisie mogen besteden? Gebeurt eerder te weinig dan te veel en de Arabische Big Brother van Sarah Vos bij Tegenlicht was geweldig. Enfin, de zes onsterfelijken werden genoemd en het vorige seizoen werd geëvalueerd, maar het meest opvallend was de zorg van Matthijs van Nieuwkerk of het niet allemaal te celebraal (!) zou zijn. Biedt een omroep een programma dat zich aan vaste formats ontworstelt; dat de tijd neemt; dat gasten die er meestal toe doen de mogelijkheid biedt fragmenten te tonen of zelfs een essay in collagevorm te maken, dat, kortom, bij uitstek des derden nets is — houdt een collega van «kunst en media» niet op over… ja, over wat? Over de kijkcijfers waar hij zelf aan ten onder dreigt te gaan. Meer en meer wekt hij de indruk dat het niet snel, niet anekdotisch, niet toegankelijk genoeg kan zijn, gesprekspartner en kijker hyperventilerend achterlatend. Zijn kracht, een natuurlijk gemak, daarmee in onrust onder mijnend. Jammer.

Een avond later was Paul de Leeuw beeld- en geluidvullend present vanwege de gewonnen Nipkowschijf. Hij was ontroerd geweest en dat (en de prijs) is hem gegund. De ontroering vanwege druk door zwaar tegenvallende kijkcijfers. De jury prees de steeds wisselende vorm van Papaul. En dat wisselen kwam weer door de kijkcijferjacht. Zijn die soms toch ergens goed voor.