Televisie

Televisie

Ooit bonje met mijn puberdochter gehad toen ze het woord «neger» gebruikte. «Racistisch», zei ik, wat haar razend maakte: «Zo heet dat als je een donkere huidskleur hebt.» En omdat ik haar ken moest ik aannemen dat de lading die ik voelde voor haar kring niet bestond. Al krijg ik het de bek niet uit — hoewel ik het vaak hoor, bij voorbeeld van kosjere studenten.

Tijdens een les vroeg ik een Surinaamse ervaringsdeskundige hoe zij de term ervoer: «Mag die gebruikt?»

«Door ons wel, door jullie niet», was het antwoord, fel maar lachend gegeven in het besef dat er theoretisch iets niet klopte. Hoe dan ook, het debat over kleur, genen en cultuur verandert. De onmogelijk geachte Olympische overwinning van een Griek op de 200 meter hardlopen kwam uitgerekend op het moment dat biologische verklaringen voor snelheid het wonnen van culturele en psychologische — op plekken in de pers waar dat tot voor kort ondenkbaar was. En de toon verandert, ook op de televisie. Waar stand-up comedians als eersten gein trapten over ras, oor- en vooroordeel zijn er dit seizoen complete programmaformules waarin gespeeld wordt met en gelachen over etnisch-culturele eigenaardigheden. Vlaanderens Canvas brengt Geert Hoste in De lachende neger (!); wij hebben Samira Abbos en Monique Hoogmoed met nps’ Surinamers zijn beter dan Marokkanen.

Op basis van de eerste aflevering valt de laatste in de categorie «goed bedoeld en niet onaardig»; de eerste in «aanbevolen». Abbos en Hoogmoed doen een wedstrijdje «everything you can do I can do better» rond een thema. Het eerste betrof «eten» en op die invalshoek ben ik uitgekauwd. Couscous versus kouseband — maar natuurlijk allebei superieur aan de ridicule Hollandse keuken (hier witte boterhammen met kroket). Ook ik eet liever over de grens, maar om eten tot «totem» voor de verrijking van de cultuur te bombarderen, het is een afgezaagd zwaktebod. Ik ken schatten die belazerd koken en klerelijers die dat verrukkelijk doen, zoals «böse Menschen» wel degelijk «schöne Lieder» kunnen hebben.

De dames katten elkaar, niet altijd goed geacteerd, een beetje af. Maar het pikante en verhelderende zit in bijzaken: Samira’s moeder die na 28 jaar geen woord Nederlands spreekt omdat ze daar geen zin in heeft; tv-kok Pierre Wind die geen verschil weet tussen de Turkse en de Marokkaanse keuken; de tante van Monique die «door omstandigheden» naar Nederland kwam en dat als iets toevalligs afschildert — alsof niet half Suriname door «omstandigheden» hier is (zie ook het fraaie Wie niet weg is is gebleven bij de nps). Maar op die negerlach komen we terug.