Televisie

Ooit leek iedereen «goed», behalve wie «fout» was geweest, zoals de meisjes die kaalgeschoren werden rondgereden. Mijn vader wilde er niet heen omdat het «niet de besten» waren die de schaar hanteerden. Dus bestond er een gebied tussen «goed» en «fout». Voor de uitersten had de televisie altijd meer belangstelling dan voor het schemergebied. Tot Vastberaden, maar soepel en met mate van Hofland, Keller en Verhagen in 1976 zijn ontmythologiserende werk deed. Afgelopen is die oorlog niet. Recent leerden we van Andere tijden hoe bewakers in De Harskamp willekeurig op gevangen Nederlandse SS'ers schoten. En Jan Louter en Rob van Olm maakten voor de nps een documentaire over de Silbertanne-moorden - represailles door Nederlandse SS'ers vanwege vermoorde nsb'ers. Een van de daders, na jaren onderduik naar Duitsland gevlucht, noemt zijn slachtoffers nog altijd «partisanen», voelt zich dankzij de kapelaan vergeven omdat hij niet weten kon wat er allemaal voor lelijks door Hitler c.s. is uitgehaald en wijst op zijn liefde voor twee hondjes: «Ik kan geen vlieg kwaad doen.» Slechtheid in de allerdomste variant. Toch is er relatief weinig aandacht besteed aan «de omstanders». Nu is er een indrukwekkend tweeluik van Willy Lindwer: Zij deden hun plicht. Deel een, over ambtenaren, agenten, marechaussee, tram- en spoorwegpersoneel, voor zover betrokken bij de jodenvervolging, was vorige week te zien. Deel twee over Nederlandse betrokkenheid bij de roof van joodse eigendommen volgt vrijdag 23.35 uur (Tros). Pijnlijk en fascinerend te zien hoe uiteenlopend de getuigen de eigen positie achteraf inschatten - variërend van nooit-eindigend schuldgevoel tot «het was gewoon je werk». Of anders, de NS-man: «Eerlijk, ik heb het niet gemerkt.» Over zijn schouder: «Heb jij joden zien oppakken, Rie?» Rie: «Nee. En we wisten er ook absoluut niks van. Want dat valt erg tegen hoor, wat de mensen wisten.» De pijn bij het kijken zit niet alleen in wat die mensen zeggen, maar in de vraag: «Wie was ik geweest?» Een machinist meldt dat de Duitsers helemaal niet zo anti-joods waren, want met hem praatten ze er nooit over. Domheid alweer. Maar dan: «Wij konden de joden niet helpen.» Tegen de interviewer: «Zou jij je leven in gevaar brengen? Ik geloof het niet, hè? Zo dacht ik er ook over. Als ik het niet doe, dan doet het een ander. Maar dan ben ik de pijp uit. En ik wil ook graag leven.» Wie niet? Hij zit niet met de betaalde prijs, de huilende marechaussee wel.