Otten-poppen

Televisie

De vioolleraar van Cecilia Bernardini (14) verdient een pluim. Niet alleen omdat Bernardini volgens Isaac Stern (79) bij hem in goede handen is, maar ook omdat hij vroeg: ‘Mag ze even op de Guarneri?’ Het mocht en die ervaring zal ze nooit vergeten. Al was ze er niet blij mee: ‘Zo bang dat ik hem laat vallen.’ De schat. Tovenaarsleerlingen heet dit drieluik van Villa Achterwerk waarin ook Menahem Pressler (76, Beaux Arts Trio) een masterclass gaf aan pianist Christiaan Kuyvenhoven (13) en aanstaande zondag Yo Yo Ma onderwijst. De doelgroep onder kinderen lijkt me bar klein, maar Pressler vindt het genoeg als maar één kijkend kind door het programma wordt aangeraakt en, tegen de meerderheidsdruk in, de piano boven sport verkiest. (Zelf houd ik het meest van honkballende klarinettisten, maar die zijn er inderdaad niet veel.)


Voor volwassenen valt er volop te genieten. Bij Cecilia hield ik trouwens mijn hart vast. Stern vroeg: ‘Zenuwachtig?’ ‘Nee’, zei ze, maar zonder plichtpleging stuurde hij haar weg om haar koude handen (zenuwen) onder de warme kraan te houden. Toen luisterde hij naar de eerste maten van de Schubert-sonate die ik zo vaak verkrachtte, onderbrak, gaf haar precies genoeg erkenning om verder te durven en liet haar in korte tijd van de noten steeds meer muziek maken. Pas toen kwamen de echte complimenten. Pressler was zuiniger tegen Christiaan (die optreden in Carnegie Hall ‘onwijs gaaf’ zou vinden, waar ik ‘vet’ verwacht had), maar toen die het inderdaad lukte om ‘zijn duim te laten zingen’ (absurd lijkende opdracht tot je het resultaat hoort) liet Pressler zijn aperte reserves tegen de onderneming varen, waarna je het jochie hoorde groeien. Masterclasses zíjn linke soep: vaak meer amusement dan les, meer zelfverheffing dan overdracht; meer kans op beschadiging of vrijblijvende hoffelijkheid dan op blijvend resultaat, zeker in geval van jonkies. Maar Stern en Pressler bleken naast grote muzikanten ook respectvolle pedagogen. Met een breed eisenpakket naast het studeren van techniek: toewijding, overgave, liefde, intellectuele ontwikkeling en (excuseer de vrije interpretatie van Sterns woorden) de paradoxale noodzaak een sterke persoonlijkheid te ontwikkelen omdat alleen die dienstbaar kan zijn aan de componist.


Direct na Christiaan presenteerde Han Reiziger ‘de uitvinder van de oude muziek in Nederland’, Kees Otten (75). Deelde Tineke Verburg (Tros) recent trots mee dat blokfluiten bij haar de open haard in gaan, de oude meester speelde live en op beeldband Dufay, Bach, Hindemith en moderner, met een jazzmoppie tussendoor (de publieke omroep is verrassend breed geschakeerd). Otten bleek een trager geworden maar nog altijd boeiend verteller die zijn moeder bij pianoles het liefst schopte en voor wie Fletcher Henderson protestmuziek tegen zijn ouders was. Japan bleek zo dol op zijn solo-optredens dat er Otten-poppen in de handel kwamen — wat met precies voldoende ironie verteld werd. Ook ik ben Otten erkentelijk: zijn Syntagma Musicum opende de prachtwereld voorafgaand aan Bach. Mooi te zien hoe zijn trillende vingers zeker werden zodra ze een instrument vast hadden. Ochtend van en voor jong en oud met gein en ontroering. Zoals bij dat onzekere meisjesgezicht tegenover Oude Meester Stern. Maar díe schoonheid zien de Achterwerk-kinderen nog niet.