Televisie

Toen ik kort geleden even in het ziekenhuis lag en niet zo goed kon lezen maar wel kon zien, had ik geen probleem daarmee, omdat de oplossing voor de hand lag: ik huurde een televisie en ik ging alle programma’s die ik nooit zie maar waar iedereen over praat, bekijken.

Ik werk meestal op de uren van de ‘gewone’ tv, dat heb je als vergadertijger. Zo gezegd, zo gedaan. Ik begon gewoon de eerste dag met ontbijttelevisie. Heerlijk. Een boterhammetje met een plakje rookvlees, een roggebroodje met kaas en een bakje yoghurt. Een paar pillen en de tv aan. Ik heb genoten. Ik vergader natuurlijk niet vanaf zeven uur ’s ochtends, maar dan kan ik toch niet kijken, want ik moet douchen, aankleden, de hond uitlaten en de kat eten geven.
Ontbijttelevisie mag van mij blijven, met de huidige presentatoren, maar ze zijn wel een beetje herhalerig. Dat moet misschien wel, vanwege de informatie.
Overigens kan het mij niet schelen of er ergens files staan. Laat ze met de trein gaan en in de auto kunnen ze die berichten ook niet zien.
Maar verder? Nieuws en actualiteiten volg ik normaal ook, als ik ze niet zie kijk ik Teletekst. Maar verder? Of het nou om programma’s gaat of om series: wat een shit. Alle formules zijn hetzelfde: praat, praat, praat. Er is geen opwindende variatie, niks nieuws qua invalshoek of formule. Er was geen tennis, dus daar kon ik niet naar uitwijken. Ik heb drie dagen gedeeltelijk volgehouden en toen ben ik gestopt.
Alleen ontbijttelevisie, dat heb ik volgehouden. Maar ja, ik ontbijt normaal nooit.