Televisie

Televisie

Als tv-maker kun je beter niet je eigen feestje uitzenden, zo bleek weer bij de laatste Plantage. Omdat het feest noch programma wordt. Als er dan toch iets incestueus moest gebeuren, had ik, in plaats van oude gasten, eindredacteur Eelco Meulman en zijn team wel eens willen zien en horen. In debat met redacteuren en presentatoren van andere omroepen die kunstprogramma’s voor de televisie maken of maakten. Over voor wie je dat doet, hoe dat moet en waarom het zo vaak mislukt.

Saai en heilloos? Niet noodzakelijk. Er wordt hartstochtelijk genoeg over gedebatteerd als er geen camera’s bij zijn. Trouwens, waarom is televisie nooit serieus onderwerp van gesprek op de televisie, wijlen Het blauwe licht daargelaten? Goed, De Plantage heeft ooit een uitzending gewijd aan het tv-drama van de Vara. Maar waar het normaal altijd gaat over actuele zaken betrof die uitzending een terugblik in verwondering en weemoed naar een afgesloten periode. De recente bloeiperiode van vaderlands drama is bijvoorbeeld nergens ooit aan de orde geweest. Prachtproducties te over, en als je toch bloed wilt zien, vraag je Olga Madsen over Wilhelmina of organiseert een debat over Quidam.

Maar Hanneke Groenteman en de haren zij de slotaflevering vergeven vanwege grote verdiensten voor kunst, televisie en kunst op de televisie. De voorlaatste, bij Gerard en Joop thuis, was bijvoorbeeld prachtig. Natuurlijk had het allemaal anders gemoeten (Schafthuizen aan de schandpaal) of niet gemogen (Reve onttakeld), maar ik vond het een proeve van wat respect vermag (sowieso een Plantage-pijler), genoot van lach en traan («Mag ik dan niet wenen Joop, ik ben godverdomme toch ook een mens?») en zelfs van weemoed over verval — wat, toegegeven, behoorlijk sentimenteel is (maar ik ben toch ook een mens?). De belangrijkste vraag in de laatste Plantage kwam van Cornald Maas (dus toch van een oud-redacteur): wie gaat er hierna een programma maken waarin op redelijk niveau en toch toegankelijk over kunst wordt gepraat?

Want Hanneke zij vergund lekker te gaan dollen met Paul Haenen, de publieke omroep heeft gewoon een taak die vervuld moet — en dat niet louter op de manier van Angela Groothuizen in Kwestie van smaak. Rest een afscheidswoord aan Han Reiziger: «Nou kleine man, dat was het dan.» Met dank aan wijlen Jan Wagenmeester, met wie je zo vaak op zoek naar Mozart ging (en wiens onvergetelijk stemgeluid hopelijk deze zin kleurt). Alles is wel zo een beetje gezegd. Behalve: «Verdomme Han, wat zal ik je missen.»