Televisie

Televisie

Fredvan toneelgroep Carver (NPS) was een van de vele variaties op «vreemdeling werkt als katalysator binnen gesloten gemeenschap», met personages in het schemergebied tussen normaliteit en gekte. In een recensie werd de toneelversie beter genoemd. Kan wezen, maar als tv-productie beviel het me.

Doordat het klassieke gegeven een eigen karakter kreeg; doordat aan de acteurs (Lenie Bredervelt, Beppie Melissen, René van ’t Hof) een rijke tv-ervaring af te zien was; door de stijlvolle regie (Wilbert Bank). Toneel en televisie, het blijft een tobbend huwelijk, maar waar de partners zich inspannen om er iets van te maken, brengt het soms leuke kinderen voort. Ik vroeg me af hoe het eruit gezien had wanneer Bredervelt en Melissen van rol hadden gewisseld: Melissen de grote bek, Bredervelt de zachtaardige neurotica. Fred zou hetzelfde zijn gebleven en toch heel anders. Het mag een onzinnige vraag zijn, het antwoord zou iets ontsluieren over het geheim van acteren. Dat schuilt in interpretatie en techniek, maar ook in het onbenoembare eigene dat elke acteur (zoals elk mens) meedraagt. En dat een enkeling tot een Grote maakt, zoals een goede komiek de lach aan z'n kont heeft.

Die vraag werd me ingegeven door Bram van Splunterens De acteurs, die aardige reeks waarin per aflevering twee talentvolle jonkies scènes spelen uit een door Kim van Kooten geschreven script over een soapactrice die voor een serieuze rol auditeert en repeteert, samen met een jongen die een keurige toneelopleiding achter de rug heeft. Veel om het lijf heeft het verhaaltje niet, maar het dient als kapstok voor leuke overpeinzingen van jong talent over hun vak. En je ziet dat zelfs een schetsmatig karakter bij elke acteur net iets anders wordt. Wat het bovenal aantoont, is hoezeer film- en tv-acteren onderdeel van het beroep is geworden.

Dat is vaak ook te zien in drie lopende dramaprojecten: Novellen (NPS), Goede daden bij daglicht (VPRO), In goede aarde (EO). De eerste twee kun je zien als pogingen om jonge scenaristen en regisseurs kansen te geven — met wisselend resultaat. De EO-onderneming werkt met gevestigde reputaties. En is de moeite waard omdat de EO haar identiteit nu eens niet zoekt in Deus (ex machina), maar in aandacht voor leven en lijden van de boerenstand in het huidige tijdgewricht. Dat de artistieke ambities van de makers het winnen van het keurslijf van het thema betekent een stap op weg naar de EO als volwassen tv-maker.