Televisie

Televisie

Wie aan ME of andere ziekten lijdt waarvoor de geneeskunde verklaring noch therapie heeft (op welk probleem een deel van haar beoefenaars niet nederig en nieuwsgierig maar ontkennend reageert: «Dit zit dus tussen de oren»), belandt meestal in het alternatieve circuit. Daar treft men veel barre onzin gecombineerd met een enorm declaratietalent. Zo consulteerden wij een arts die door middel van een briefje in de wachtkamer liet weten slechts contante betaling te accepteren en die als begin een adresje in België aanraadde dat voor de actieprijs van ƒ4000,- de aardstralen in ons huis te lijf wilde. Even goede vrienden toen we aarzelden want ze had nog legio andere therapieën in de aanbieding. Wanhopig als we waren, vertrokken we niet maar accepteerden een aantal bespottelijke behandelingen.

Die geen klap hielpen. Hetgeen, beet ze me toe, geheel op mijn conto te schrijven was: ik stond tussen medicijnvrouw en zieke, en hield genezing tegen. Familie van het credo dat wie kanker heeft daarvoor zelf verantwoordelijk is — en wie ondanks alternatieve interventies sterft de genezing niet wilde: «eigen schuld, dikke bult» in combinatie met «ik heb altijd gelijk». Dit gruwelijk denken en handelen viel te beleven in BBC’s Living With the Enemy, momenteel uitgezonden door de RVU: tegenpolen trekken een week met elkaar op. In dit geval ging de weduwe van een aan kanker gestorven man en met een beroerde «alternatieve» ervaring achter de rug op bezoek in een centrum waar zieken gemasseerd, auragemeten, oosters verlicht en ge-Reiki’d werden. Het genas haar niet van scepsis en ze vertrok vervroegd, tot opluchting van de gastheren want foute vibraties frustreren hun heilzaam werk. De formule levert confronterende televisie op. Want het gáát ergens over. Het minst misschien nog bij de moeder van een fan van een «trash-metal»-band, koketterend met dood, Satan en cynisme. Ze gaat mee op tournee, huilend en walgend vanwege zoveel nihilisme. De enige keer overigens dat toenadering plaats vond: de rauwe bandjongens houden hun imago niet vol en laten (omdat ze in de wanhopige hun mom herkennen) doorschemeren dat het een commerciële act is. Maar de Young Conservative die een hasjrokende commune bij de politie aangeeft speelt het hard. Onthutsend ook een bejaard Tintoretto-minnend echtpaar uit de provincie dat logeert bij twee jonge conceptuele kunstenaars: hun (inder daad reactionaire) weerzin tegen «moderne kunst» («dat kan een kind ook») botst genadeloos met de compromisloze hardheid van het scheppend duo dat niet alleen walgt van hun esthetiek, maar hen ook als oud vuil behandelt. Daarmee de kijker in verwarring brengend. Wanneer doet televisie dat?