Televisie

Televisie

Ik haat reünies maar ga er wel heen. Eerst «vijftig jaar televisie». «History is like a foreign country — they do things different there.» Langzamer en nadrukkelijker. Ko van Dijk was een groot acteur en dat zie je aan Dagboek van een herdershond. Maar wie de jonge garde ziet tv-acteren en wie drama van Van der Oest, Sombogaard, Nachusthan en legio anderen kent, ziet dat Van Dijk, Van Hemert en Van der Kamp mastodonten zijn. Van Dijks talent leende zich niet voor het medium en dat van de regisseurs was genoeg voor Readers Digest-drama maar niet voor klasse.

Het publiek de fragmenten laten kiezen, garandeert ook dat je wel Marleen Spaargaren en niet Barend Servet krijgt — al bemin ik Willeke meer en meer. Maar toch soms glimlach of ontroering. «As je mekaar niet meer fertrouwe kan, waar blijf je dan?» dichtte Eli Asser, schijnbaar simpel en doeltreffend. Harry Bannink gaf de tekst een voorzet richting onsterfelijkheid die Adèle, Leen en Piet bekwaam inkopten. Wij thuis zongen mee en de beate grijns op ons gezicht moet verbijsterend zijn geweest: het lied is leuk, maar voor ons hangen er werelden aan die we niet onder woorden kunnen brengen (wortelend in jeugd en een wereld die voorgoed voorbij…).

Het weekend was erger: drie niet-virtuele reünies vol studiegenoten uit de Olofspoort en oud-collegae en -leerlingen van mijn twee scholen. Negentig procent van de handenschudders herkende ik niet met begripvolle tot gekwetste reacties als gevolg (drank maakt meer geheugen kapot dan je lief is). Geschrokken van het wrede effect van de tijd op lijven en hoofden; veel gememoreerde doden; veel fysiek ongemak ook; veel herinneringen die beter op zolder hadden kunnen blijven — want over de «ik» van vroeger vechten gêne en vertedering om de overhand.

«Wat hebben we eraan overgehouden?» vroeg Hanneke Groenteman de reünisten van de Olofspoort. Organiseren, vergaderen, sociale tolerantie. «En dierbare mensen», voegde ze zelf toe. Ik keek naar het clubje aan onze tafel, besefte hoeveel we geluld, gelachen, geruzied en bemind hadden. En al zie ik de meesten zelden — intenser vriendschappen dan toen heb ik nooit meer gekregen. Inez van Eijk schreef Voorhoede van een andere tijd over die non-conformistische club die zichzelf in 1970 ophief: overbodig door een opener samenleving. Toen dit was opgeschreven, vlogen de Tomahawks en begon de reünie met Groenhuisen en De Wijk. Want «mekaar fertrouwe», dat lukt hooguit even in kleine kring. Wat Eli trouwens al te goed wist.