Televisie

Televisie

Deze stukjes werden met bier geschreven. Vrijdags kwam ik uit het werk, schoof achter het toetsenbord, stak een sigaar op, schonk in en wachtte op zinnen. Was de fles leeg dan volgden andere. Vierdubbele roes — drank, rook, denken, formuleren — die vrijdagnamiddag tot een genot maakte. Sinds kort is alcohol taboe vanwege een falende lever. Die bui had ik zien hangen want al een tijdje maakte een enkel glas dagen honds beroerd.

Dus dronk ik nauwelijks en zag de wereld onder ogen zonder opwekking, vervorming, verdoving of troost. Ik denk niet dat de stukjes beter of slechter zijn geworden, maar de kick is kleiner. Niet een vierde kleiner, maar méér: zelfs de sigaar smaakt matig. De kroeg is beduidend minder boeiend, recepties blijken vaak saai en feesten duren gauw te lang: moeheid wordt niet langer verdoezeld en gesprekspartners die denken steeds hogere toppen te beklimmen zie ik juist in het moeras zakken of — vriendelijker — wegzeilen. Ik ontleen daar geen superioriteit aan, alleen heimwee naar de tijd dat ik meevoer. Het is alsof er geen seizoenen meer zijn, louter gelijkmatigheid die zelfs naar de goede oude kater doet verlangen. Alcoholist blijk ik niet: geen ontwenningsverschijnselen; geen chagrijn op dag en tijd dat normaal werd ingenomen of op besprenkelde bijeenkomsten met dierbaren. Mijn broer, ooit werkzaam bij de Jellinek, bevestigde die diagnose: kwam hij een oud-cliënt tegen en vroeg hoe het was, kreeg hij als antwoord: «Twee jaar, vijf maanden, zestien dagen.» Zo een leven wordt dus, zonder druppel, volledig door drank beheerst. Hooguit voel ik weemoed soms en een besef van verlies. Genoeg: dit is voor matigen niet te begrijpen en vooral, het is peanuts vergeleken bij ander leed. Zo zag ik de laatste vijf minuten van Ineke Hilhorsts dubbelportret van Arie Kleywegt en Lord Parkinson (Ikon). Je vraagt je vaak af waar de vervloekte camera nog bij wegblijft en je begrijpt dat de kinderen hun vader niet zo vertoond willen zien. Maar het was indrukwekkend. Kleywegt vond ziekte en ouderdom niet echt erg. Hij sprak zelfs van winst, van nieuwe kleuring en bezonkenheid. «Klinkt misschien een beetje zeikerig», zei hij lachend. Op slechte dagen, kruipend over de grond, bedacht hij hoe hij nu weer eens overeind zou proberen te komen. Als het lukte, had hij gewonnen. Klinkt misschien een beetje zeikerig, maar ik ervoer het als vermaning. Niet «why me?» maar «why not me?» En: tel je zegeningen. Zoals ook Van Amerongen stralend voorbeeld is. Proost dus, Martin.