Televisie

Televisie

Het leven gaat door, net als de televisie, maar gelijk op gaan ze vaak niet. Zo kan het dat je pas weken na uitzending het indrukwekkendste programma van de laatste tijd noemt, ook al was het eenmalig: Korreltjie niks is my dood, een verdicht leven van Saskia van Schaik en Henk van Woerden (vpro). Over Ingrid Jonker, Zuid-Afrikaans dichteres, wier naam buiten de kleine kring van poëzieliefhebbers bekend werd doordat Nelson Mandela een van haar gedichten voorlas bij eerste zitting van het eerste democratisch gekozen parlement. Statement en illustratie van Mandela’s verzoeningspolitiek: woorden van een witte, Afrikaner vrouw. «Politieke» woorden over een bij een demonstratie doodgeschoten baby. In dit blad hebt u recent over haar kunnen lezen en dat ik erop terugkom is omdat boeiende personen, mooie kunst en confronterende politiek nog geen fascinerende televisie op hoeven leveren. Korreltjie niks was een prachtige compositie waarin de tragedie niet (melo)dramatisch werd, het persoonlijke en het politieke met elkaar verweven waren zoals ook in Jonkers leven, de heldin niet tot heilige werd gemaakt en de kijker ruimte voor interpretatie werd gelaten (zoals ten aanzien van het relaas van haar minnaar André Brink over de laatste periode van haar leven). Ik bemin het geschreven woord, maar goede televisie bedient meerdere zintuigen tegelijk, kan daardoor een helderder en indringender beeld geven. Hadden Van Schaik en Van Woerden hun bezoek aan de zuster van de vermoorde baby (die nooit had gehoord van een gedicht over dat broertje, dat ze niet gekend heeft maar dat wel een trauma binnen de familie betekende) opgeschreven — het was wellicht mooi geweest. Maar haar zwijgen, mimiek en ongemak tegenover die vreemde mensen in huis, en haar begrip voor de bedoelingen van Jonkers niet makkelijke gedicht — het was ontroerend doordat je het zág.

Ja, ik houd van televisie. En dus van het verzameld werk van Michiel van Erp. Fundament van zijn kwaliteit ligt in de productie: waar haalt hij zijn «gewone mensen» (gewoon en ongewoon als u en ik) toch steeds vandaan? Zijn blik is die van de buitenstaander die zich verwondert en soms vrolijk maakt over ons ondermaans getob. Natuurlijk gebruikt hij zijn helden, maar hij doet dat met empathie, waar nodig met mededogen.

Die de meesten trouwens helemaal niet nodig hebben, want ze leven overtuigd en eigengereid hun leven. De onaangename ncrv-opschepperij over «respectvolle televisie» — die vind je in Lang leve van de Vara.