Televisie

Televisie

Politiefictie is mijn liefde niet, maar natuurlijk wordt daarin naast bagger ook fraais gemaakt. Dankzij de Vara zag ik Lek van Jean van de Velde, bejubeld en bekroond, en weet dat ik het contact met de tijdgeest definitief kwijt ben. «Lek is een zelfverzekerde, goed doortimmerde genrefilm, die anderhalf uur lang aangenaam pretentieloos en energiek top-entertainment biedt», zegt Skrien.

Dat Lek goed gemaakt is, zie ik. Knap gecast en geacteerd, verrassende plot, geraffineerd scenario, spannend, soms geestig, vakwerk in regie en montage. Hoeven «we» ons tegenover het buitenland niet voor te schamen.

Maar de openingsscène zet me al voor het blok. In Skrien wordt door Leks editor Koerts geanalyseerd hoe knap je daarin op het verkeerde been wordt gezet. Je rekent op «een leuke snelle politiefilm» en krijgt beelden van jochies en van sentimentele Hazes-karaoke door een tof soort biljartclub. «Waarschijnlijk sta je net op het punt je jas te pakken» (Koerts) als je een shot krijgt van een bebloede, geknevelde mannenkop met een koord om de nek. Het blijkt een afrekening. Geen biljarters maar maffia.

Gezellige samenzang als sadistische kroon op een executie. In de visie van Koerts ga je tevreden weer in je bioscoopstoel zitten en legt je jas terug. In de mijne slik je en zapt weg. Of blijft kijken vanwege al die lauweren, gebrand op de vraag of in Lek een rechtvaardiging is te vinden voor deze wrede binnenkomer. Ik kan die niet vinden. En besef dat ik lachwekkend ben als de roomse recensent die begin jaren zestig een filmisch meesterwerk verkettert omdat het decolleté van de heldin te diep is. Geweld is immers overal — in wereld, film en tv.

Lek barst ervan. Onpasselijk makend is hoe de verrukkelijke Ricky Koole, zwanger van haar politievrijer, zo godsgruwelijk lek getrapt wordt dat ze vrucht en vruchtbaarheid verliest: «Leuke politiefilm». Zoals trouwens in het algemeen geweld het film- en tv-koekje bij de thee is geworden. Flikker dan ook maar op met je verrassende «happy end» waarin een klein meisje de agent, vrij na zes jaar cel, met «papa» begroet. Ze is het kind van wijlen zijn jeugdvriend annex topcrimineel en kennelijk door Ricky geadopteerd in het kader van de categorie «hoop». In een volgende film zien we dit kind, twintig jaar later, energiek moordend wraak nemen op zowel vaders maffia als stiefvaders politie.

In «pretentieloos topamusement» met een feministisch tintje.