Televisie

Televisie

Het geheugen mag achteruit kachelen, pijnlijke herinneringen blijven feilloos intact. Zo herinner ik me mijn recensie over een tv-film naar Walter Kempowski’s Tadellöser & Wolff.

Koopmansgezin in Rostock tussen 1938 en 1945, gezien door de ogen van een zoon, zestien jaar als het Reich valt. Autobiografisch. Mooie film, vond ik, maar het zelfbeklag van de moeder en dat slot met angstige verwachting voor de komst van de Russen was, gezien nazischuld, ongepast. Jaren later en wijzer las ik het boek zelf: zeer aan te raden. De titel van de vertaling (We hebben het niet geweten) te opgelegd, maar het is inderdaad een scherpzinnige en geestige analyse van halve tot hele medeplichtigheid, zelfrechtvaardiging en ontkenning. Bij de aanblik van de eerste Rus: «Het zijspan vol schoenen, bij de schoenmaker in de buurt gehaald. Eigenlijk hadden we naar beneden moeten lopen en ze begroeten. ‹Hoera› schreeuwen of ‹bravo›. Liever boven blijven, die waren vast vreselijk woedend op ons.» Dat bleken ze inderdaad, gerechtvaardigd door miljoenen eigen doden en een superieur geachte ideologie. In naam waarvan diezelfde hoofdpersoon, net als zijn broer en moeder, drie jaar later gearresteerd wordt om voor acht jaar gevangene te worden van eerst de Russen, dan de ddr. (Sachsenhausen en Buchenwald bleven in gebruik, bewoond door een mix van politieke tegenstanders, van nazi tot christen, en criminelen.) Ook dat eigen harde lot beschreef Kempowski, indringend en gelaten tegelijk, in Een hoofdstuk apart.

Ik las het in het weekend dat afsloot met de documentaire Verloren zonen van Fredrik von Krusenstjerna. Over vader Hans Canjé en zoon Ingo Hasselbach, respectievelijk ddr-coryfee en (inmiddels bekeerde) neonazi. Fascinerend door die tegenstelling en toch teleurstellend. Natuurlijk zijn hier het persoonlijke en politieke sterk verweven en liggen verklaringen voor Hasselbachs gruweldaden mede in een diep verstoorde relatie met de vader. En natuurlijk is het bijzonder dat een ddr-communist bekent dat hij als Hitlerjunge joden treiterde en niet weet wat er van hem was geworden als de oorlog was gewonnen. Maar ik hield het onbehaaglijke gevoel dat door de nadruk op de psychologie beide partijen te veel buiten schot bleven waar het hun politieke keuze en verantwoordelijkheid betreft. Mediageile Hasselbach betoont spijt op een rare manier, die mij niet helemaal overtuigt. En Canjé kan zijn hele ddr-geschiedenis blijven rechtvaardigen vanwege antifascisme. Van het soort dat op zijn beurt alle vrijheid vertrapte. Canjé zal geen stuiver geven voor Kempowski. Ik inmiddels wel.