Televisie

Televisie

Toen ik, zonder hoop, de Schouwburg belde om een kaartje voor Händels Giulio Cesare (zestien voorstellingen, maar Opera is uitverkocht) klonk: «Morgen, derde balkon». Zo zat ik, 43 jaar na mijn eerste opera (Zauberflöte) weer als «enfant du paradis» op de zondagmatinee en onderging vergelijkbaar genot. De prijs tien keer zo hoog als toen, net als, gevoelsmatig, de trappen; en net als de kwaliteit. Dat laatste vermoed ik, want de Opera groeide van kneusje naar eredivisie, maar dat deerde niet toen voor een hele dag klassieken op de radio een klm-vliegtuig moest verongelukken en een pick-up buiten het gezinsbudget viel. Bovendien: genot is niet afhankelijk van huidige onnatuurlijke cd-perfectie. Boven een bepaald muzikaal niveau doen een gemiste noot, een onzekere intonatie niets af aan het mirakel van de muzikale ontroering. Sterker, het vlekje doet beseffen dat engelen ook mensen zijn, wat hun prestaties alleen maar wonderbaarlijker maakt. En engelen leken ze.

Marc Minkowski en de Musiciens du Louvre verzorgden eerder al een fabelachtige Ariodante (ook Händel) in Vara’s Matinee. Programma vergelijking leerde dat van die toenmalige Louvre-muzikanten bijna niemand meer over is. Dus vroeg ik me af waar ze steeds die geweldige jonge muzikanten vandaan halen die gepokt en gemazeld lijken in de oude-muziekpraktijk. De kwaliteit van hoger onderwijs mag omstreden zijn, conservatoria delen niet in de malaise.

Natuurlijk werd ik verliefd, dit keer op Charlotte Hellekant, Pompeius’ ontroostbare wedu we Cornelia, die samen met zoontje Sesto (rising star Magdalena Kozen), man en vader aria’s lang bleef betreuren. Ach, die avondjurkschouders, die armen als zwanen en bovenal, die stem. In hun mooiste duet, pianissimo, hoorde je vaag de drumband die op Sints aankomst op het Leidseplein wachtte — en, wonderbaar, het deerde niet: het leven gaat door, was de boodschap. Waarna we nog harder klapten dan tevoren.

De nps brengt in december vier opera’s thuis: Onegin, Godoenov, Grimes en, als eerste, zondag, Noach van Guus Janssen, Karel Appel en Pierre Audi. Hans Hulscher maakte daar ook nog eens fraaie televisie van. Ook zondag Een zwaar hart, indrukwekkende documentaire van Hans Fels en Shuchen Tan over zigeunerorkest Tata Mirando. Geen woord inzake het conflict over wie de naam mag voeren. Wel de tragische zigeunergeschiedenis, een generatieconflict, melancholie en onwaarschijnlijk mooie Oost-Europese dorps orkestjes. Kortom, er is nooit iets op de televisie.