Televisie

Televisie

Eén keer de neiging weg te zappen tijdens Lang leve: de locatie was het schlagerfestival. Even gedacht: ik weet het wel — genre, zangers, fans. Op tijd bedacht dat bij Michiel van Erp zoiets geen thema is maar aanleiding tot een staalkaart van verlangen, streven, falen, klein- en grootheid, zorg, hoop en dromen. Prompt leerde ik mensen kennen die ik niet graag had gemist: de Poolse die na jaren straatvrees opbloeit als bartender; de gepensioneerde bakker die zijn zoon gratis een handje helpt bij diens werk als Van-der-Valk-bedrijfsleider; de oude «Macher» Cor van der Valk, schlagergek, wiens leven in dienst van de mensheid staat («wij geven wat ze willen») en wiens liefde voor zijn vrouw sinds de ontvoering grenzeloos is.

Zoals goede keepers het geluk afdwingen, zo ook Van Erp. In de nacht voor het festival blesseert de bakkerszoon zich op het werk, wat hem op de drukste dag van het jaar tot invalide strompelaar reduceert. Dat is niet cynisch bedoeld: deze binnenvetter was al oververmoeid en vol zorgen over de goede afloop; dat hij op krukken doorwerkt, tekent zowel zijn arbeidsethos als de verhoudingen bij de Toekan. Van Erp legt dat niet uit; we moeten zelf maar zien.

In het aardige mediaprogramma De gids ging Matthijs van Nieuwkerk met Jan Lenferink, Martin Simek en de maker op zoek naar «de grammatica» van Lang leve. Ter inleiding delen uit de aflevering waarin gescheiden mannen worstelen met alleen-zijn, huishouden en toekomst. Er gebeurde iets wonderlijks: Van Nieuwkerk toonde zich bewonderaar («stijlvol, ontroerend en geestig») om dan te vragen of Van Erp over die mannen had gedacht: daar heb ik mijn komieken voor volgende week? Hij ontkende geschokt, waarop Simek (ook bewonderaar) hem voor leugenaar uitmaakte en Lenferink (nog een bewonderaar) van «reality-televisie» (!) sprak. Waarmee niet de grammatica duidelijker werd, maar wel het gegeven dat kijkers om zeer uiteenlopende redenen iets goed kunnen vinden, zelfs dwars tegen de intenties van de maker in.

Voor iemand die goed weet wat ironie is, was Van Erp zeldzaam openhartig («Ik probeer altijd de schoonheid van het sprookje van het leven te ontdekken»), maar veel belangstelling leek hij daarvoor bij zijn tafelgenoten niet te wekken. Ik weet niet wat zijn grammatica is, al maken «respect», mildheid en scherp oog voor detail er deel van uit. Ik weet wel dat ik over elke aflevering wil schrijven. Wat ik u bespaar. Maar kijken is aan te raden.