Vooral publieken nemen de huidige crisis serieus

Televisie die hoop geeft

Sinds 2 november zijn we een one-item-samenleving: alles draait om kleur, cultuur en geloof. Veel televisieprogramma’s namen die onderwerpen altijd al serieus. Vooral bij de publieken.

Kopspijkers werkt met fragmenten uit tv-programma’s die middenin worden stopgezet. Gasten raden hoe de scène verder gaat, waarna we zien wat in werkelijkheid gebeurde. Recent viel ik daar zappend in gooi- en smijtwerk waarbij Laurel en Hardy verbleekten: pannenkoeken, poedersuiker en stroop vlogen door de lucht en belandden op vloer, kleren en kinderhoofden. Jan Steen leek er een stilleven bij. Waarschijnlijk was eerst het rustige begin van de maaltijd getoond en had men het vervolg moeten raden. Dat zal niet makkelijk zijn geweest want het initiatief tot dit dollemansvertier kwam niet van de kinderen maar van hun moeder. Het studiopubliek gierde, Jack Spijkerman incasseerde trots de lachsalvo’s en ik werd woedend.

Dat fragment kwam uit het derde en laatste deel van Tussen ouders en kinderen van Nicole van Damme (NCRV Dokument). Die moeder is Monique, wier vier zoontjes van twee tot twaalf elk een gezinsvoogd hebben – ondertoezichtstelling waar zij van af wil. Haar vechtlust is imposant en verschrikkelijk is de koppigheid waarmee ze, zich beroepend op moeder instinct, zich blijft verzetten tegen onmisbare hulp die haar en haar kinderen wordt geboden. Waarbij ze, ondanks lage opleiding, het complete hulpverleningsjargon beheerst als de professionals. Die worden wanhopig van haar volstrekte onvermogen tot luisteren. En toch blijft er mededogen met deze kennelijk zelf ook beschadigde vrouw.

Het is uitgerekend de door Kopspijkers gekozen scène die de kijker te meer doet beseffen dat ondertoezichtstelling, voogden en (godverhoede) uithuisplaatsing niet voor niets zijn bedacht. Een van de kinderen ontspringt de dans en beklaagt zich over de teringzooi. Dat had hij niet moeten doen: moeder kiepert alles wat nog niet op de vloer ligt over hem heen – hij zal leren tegen een geintje te kunnen. We hadden net de themaweek over kindermishandeling achter de rug en ik weet heus dat er erger dingen gebeuren. Maar waar de Vara haar publiek om deed schateren was een uit de context gerukte gruwelscène.

Vreemde opmaat misschien voor een stuk over «televisie die hoop geeft». Kopspijkers verdient een gele kaart en veel hoop lijkt er voor Monique en haar zoontjes niet te zijn. Maar het is wel verdomd goede en belangrijke televisie: röntgenfoto van delen van de maatschappij die uit gêne, weerzin of onverschilligheid liefst vergeten worden. Bij uitstek dus een taak voor de publieke omroep, en moge NCRV-gesnoef over «mensen in hun waarde laten» vaak een gotspe zijn (erg genoeg dat je je laat voorstaan op iets wat vanzelfsprekend zou moeten zijn) – dit Dokument maakt die pretentie even waar.

Zoals veel meer televisie (helaas, bijna louter die van de publieken) er toe doet – in tegenstelling tot wat Ons Soort Mensen daarover pleegt te beweren. Zo kijk ik naar Miss Charme: Sterke meiden in Zuidoost van Christel van der Meer (Ikon, De Donderdag Documentaire). Eigenlijk heb ik weinig zin in dat achterlijke missverkiezingsgedoe, net zo min als in de suggestie uit de ondertitel dat het hier om meer zou gaan dan een commercieel opzetje voor meisjes wier wereld exclusief om mascara en eyeliner draait. Maar bij het kijken raak ik beschaamd. Die titel wordt namelijk waargemaakt. Ja, deze meiden met alle kleuren van de regenboog willen Miss Charme worden (zoals ik ooit Abe Lenstra). Ze leren alle clichés inzake paraderen, motoriek en aanbevelingspraatje voor het publiek. Maar doordat je een aantal van hen privé leert kennen, met hun vaak zware levens, jong als ze zijn, doordat je de ernst ziet waarmee ze het avontuur aangaan, hun groeiende solidariteit, het respect waarmee ze elkaars droom en levensverhaal serieus nemen, de bewondering voor elkaars groeiende prestaties, daardoor besef je dat je makkelijk lullen hebt met je culturele aversie van vermaak voor «hun soort mensen». Het is niet anders: aan deze verkiezing wordt niet alleen waarde gehecht, er wordt ook waar digheid aan ontleend. En je hoopt dat het ze goed zal gaan – deze meisjes met Surinaamse, Antilliaanse, Ghanese, Pakistaanse en Hollandse roots, als dit sprookje van een paar maanden, culminerend in maar één winnares, voorbij is.

Sinds 2 november zijn we een one-item-samenleving: alles draait om kleur, cultuur en geloof. Helaas, maar onvermijdelijk. En beter laat dan nooit. Al is er menig segment van de televisie dat die vragen altijd al serieus nam. Bij de NPS zit het expliciet in het takenpakket en Prem Radhakishun mag in debatten een demagogische, zelfingenomen schreeuwlelijk zijn, veel items uit Premtime zouden als verplichte leerstof «burgerkunde» kunnen dienen. Via de videoband tijdens cursussen dan wel, want de tijden van gemeenschappelijk bekeken televisie zijn voorbij en daarmee deels de impact van goede televisie op het maatschappelijk debat. Terwijl Cees Grimbergen in Rondom 10 een enerverend gesprek over de opvattingen van Hirsi Ali leidt, buigt Jensen zich immers over de tieten van Georgina Verbaan. Juist daarom is het belang van tv als Najib & Julia en Dunya en Desie zo groot: toegankelijke en spannende of geestige fictie, mikkend op jongeren, met belangrijke thematiek die op z’n minst tot denken noodt.

Alleen, jongeren kijken nauwelijks naar de publieken, behalve dan (en dat ook niet in indrukwekkende aantallen) naar BNN. Dat mag voorlopig blijven bestaan, wat voor mij niet had gehoeven omdat de vraag niet alleen moet zijn of de publieke omroep jonge kijkers trekt, maar vooral waarmee. De veelgeprezen oprichter en naamgever van BNN viel vooral op door grensverleggend smakeloze ongein, en een al evenzeer geprezen programma Lijst 0, dat jongeren bij de politiek moest betrekken onderscheidde zich als het eerste politieke programma dat nauwelijks over politiek ging.

Maar nu onderscheidt BNN zich wel degelijk. In Couscous en Cola ontmoeten we kinderen van een Mokumse vmbo-school, leden van de debatclub die een reis naar de VS voorbereiden. We zien fragmenten van hun discussies in school en leren hen en hun geschiedenis in kleine gefilmde terzijdes beter kennen. Het is de wilde en spontane variant van de nette debatten die nmo-jongeren in de studio voeren (ook belangrijke tv). Hier gaat het rechter voor de raap, veel minder academisch en correct, maar daardoor vaak wel zo verhelderend. Wat is het trouwens Hollands dat meiden en jongens in een kring fel bakkeleien over het belang van maagdelijkheid en het al dan niet verwerpelijke van de dubbele moraal. Juist de combinatie van debat en portret geeft diepte. In de kring is Omar lacherig als hem gevraagd wordt of hij die een maagd wil wel maagd is (niet dus); door het interview weten we hoe bang hij is voor de hel vanwege dat alles met de meisjes.

Is er meer om op te letten? Volop. Zembla en Uur van de wolf gaan stug door. One Night Stand van NPS, Vara en VPRO geeft jonge dramamakers kansen met opmerkelijk resultaat. De VPRO doet dat op eigen houtje nog eens extra met De nieuwe Lola’s. Probleem is hooguit dat je jonge makers het vak laat leren dat ze nooit kunnen uitoefenen wegens gebrek aan grote tv-dramaprojecten. Maar dan is er altijd nog Telefilm.

Ten slotte, let eens op een omroep die jaren vooral verguisd is vanwege vergane glorie. De VPRO biedt alleen al een voortreffelijke zondag. De allerbeste kindertelevisie; het steeds meer in vorm rakende muziekprogramma Vrije geluiden; een aandeel in Buitenhof; Arnon Grunberg als RAM-presentator die zich herstelt van een krampachtig begin; met de onvolprezen pracht reeks Tegenlicht; met het duizelingwekkende Magnum Opus van Freek de Jonge; en met het lichtvoetiger maar heel vaak aardige Geluk van Nederland. Jonge honden en ouwe lullen die samen voor respectabele televisie zorgen. Blijft alleen de vraag waarom het Amsterdamse AT5 wel een gespreksleidster met wat schrijvers om een tafel kan zetten om over boeken en niet over flauwekul te praten (Lezen etcetera) en de complete publieke omroep niet.