Televisie heeft zijn beste tijd gehad

Vorige week helemaal geen televisie gekeken. Niks. Geen Journaal, geen Pauw en Witteman, geen DWDD. Alles wat ik wilde zien heb ik teruggekeken via de computer op uitzending gemist en via YouTube.

Medium opheffer 17 11 tv

Het was voor mij tamelijk bijzonder. Ik ben eigenlijk televisieverslaafde, en dat ik niet keek, vond ik zelf een teken des tijds.
Mijn band met televisie is een tamelijk sentimentele. Mijn oom werkte bij Philips toen dat in de jaren vijftig de televisie voor Nederland ontwikkelde en zo kwam het dat wij - een groot deel van de familie inclusief mijn oom en tante woonde bij mijn grootouders in - het eerste huis in Amsterdam werden met televisie. 59 jaar geleden, volgens mij.
Dat was heel bijzonder. Ik herinner me dat ik op het Museumplein ook eens televisie keek.
Ik moet putten uit mijn geheugen, maar mijn geestesoog ziet een enorme auto met een gigantische antenne en ergens in het midden op de vrachtauto stond een heel kleine beeldbuis waarop je nauwelijks iets kon zien. Ik zat op de schouders van mijn vader. En ik zie nog de mensen die aan de antenne draaiden en het kijkende volk dat steeds ‘Ja!’ riep als er beeld was, dat dan meteen weer verdween.
Televisie heeft zijn beste tijd gehad - althans, de manier waarop de tv sociaal is ingericht. De omroepen, de programma’s - het genereert nog wel af en toe een miljoenenpubliek voor zoiets als Boer zoekt vrouw, maar 'het effect’ dat televisie kan hebben lijkt definitief verdwenen. Men spreekt bij al die Arabische revoluties ook over de Facebook-revolutie. Of de Twitter-revolutie. Het was de oorlog in Vietnam die door de televisie gedicteerd werd. Wie nu op de televisie een oorlog verslaat is meestal 'embedded’ als journalist aanwezig. En is hij niet 'embedded’ aanwezig, dan zien we eigenlijk ook vrij weinig. 'Dit zijn de tegenstanders van Kadhafi’, hoorde ik een paar weken geleden een verslaggever zeggen - en we zagen een paar mannen in spijkerbroek met wat geweren; het had niet de opgewonden revolutionaire hartenklop die Twitter of Facebook kan hebben.
Facebook en Twitter zijn media waar ik niet mee overweg kan. Ik weet domweg niet hoe het werkt en wat ik eraan heb. Ik heb een tijdje getwitterd, vooral toen ik dronken was, en begreep dus al snel: hier moet ik mee stoppen. Maar ik volg wel voor mij bekende nieuws-twitteraars. En zodra er 'iets gebeurt’ (schietpartij in Alphen of een rel in het Vondelpark), dan volg ik meteen de tweets.
Op Facebook zit ik niet, want begrijp ik niet, al is het mij tien keer door mijn dochter uitgelegd. Ik zie mijn voordeel niet. Ik weet dat Komrij en Zwagerman hebben gefacebookt, maar toen zag ik het voordeel ook niet. Van het bijhouden van een blog zie ik het voordeel ook niet. Populair gezegd: ik krijg het vraagteken niet weg. Ik weet al helemaal niet hoe ik er iets mee zou kunnen doen waardoor ik mettertijd de huur zou kunnen betalen. Mijn beroep is onder meer: me onsympathiek opstellen om zodoende mensen iets vervelends te laten zeggen. Dat houdt een grote populariteit tegen en ik vermoed dat ik daardoor geen adverteerders zou kunnen krijgen. Ik zal dus altijd gebonden blijven aan 'oude media’, maar daarvan is dus nu de televisie ook al uitgevallen.
De reden dat ik afgelopen week geen televisie kon kijken, was dat ik noodgedwongen veel moest lezen en bestuderen.
En dat beviel mij zeer.
Gewoon lezen en aantekeningen maken van acht tot twaalf uur, daarna hondje uitlaten, per ongeluk in cafeetje terechtkomen en om half twee naar bed.
Heel prettig, al waren niet eens alle boeken boeiend die ik moest lezen. Maar ik had niet dat slechte gevoel van een avond televisie kijken.
Het boek blijft, zo blijkt, ook. En ik las zelfs moderne Nederlandse literatuur - en ik vond het goed.
Ik lees trouwens net dat Philips stopt met het maken van televisies.