Je hoeft niets te kunnen

Televisie in verval

Het medium tv is ernstig verziekt. Je hoeft niets te kunnen om erop te
verschijnen, je hoeft alleen maar mooi te zijn. De toekomst is aan de
armlastige regiozenders, mits ze geen Hilversumpje willen spelen.

OP DE MIDDELBARE school hoorden wij het volgende verhaal over Aesopus en het oude Rome. Aesopus, de toneelspeler, was populairder dan ooit. De toneelkunst wedijverde met de redenaarskunst. De wildste geruchten deden over Aesopus de ronde, waaronder veel kwaadsprekerij - hij zou niet de edele kunst van het toneelspel beoefenen, maar zich alleen maar aanstellen. Op een keer ging door Rome het gerucht dat Aesopus de volgende dag ten overstaan van iedereen die daarbij aanwezig wilde zijn, op grootse wijze een parel zou eten als ontbijt. Het Colosseum was de volgende dag tot de nok toe gevuld. En daar kwam Aesopus. Op een zilveren schaal lag een parel. En onder een oorverdovend gejuich dat sterker en sterker werd, at Aesopus de parel. Men raakte er niet over uitgepraat. Niet alleen was het in het Colosseum nog nooit zo vol geweest, iedereen bleef er nog maanden nadien over spreken. Zelfs toen men alweer regulier christenen aan de leeuwen voerde.




AFGELOPEN ZONDAGAVOND zaten zes journalisten door een samenloop van omstandigheden in café De Hoge Sluis in Amsterdam. Er was iemand van De Telegraaf, van Vrij Nederland en van Het Parool. Er waren twee televisiepresentatoren en een freelancer. Ze hadden allen met ‘de media’ van doen.

De vraag was op een gegeven moment: 'Voor welke televisieprogramma’s zouden jullie thuisblijven?’ Er moest een lijstje van vijf worden gemaakt.

Dat lijstje kwam die avond niet tot stand. De uitspraken die werden genoteerd waren onder andere: 'Er is niet één programma waarvoor ik thuis zou blijven.’
'Mag het nieuws er ook op? En Nova?“Mag ik er ook Morse opzetten?’
'Mogen programma’s van AT5 ook worden genoemd?’

Alles mocht, maar nog kwamen de journalisten niet tot dat beperkte lijstje. Wel bereikte men een zekere consensus over programma’s waar altijd ('Nou ja, zo veel mogelijk’) naar werd gekeken: Het Journaal, Nova, Netwerk, Reporter, Buitenhof. Ook Barend en Van Dorp en Barend en Witteman werden genoemd, zij het met tamelijk veel voorbehoud.

'Wat voor zender zouden we dan eigenlijk willen?’ werd de centrale vraag.

Ook dat leverde de voorspelbare antwoorden op: 'Een soort BBC, een soort VPRO maar dan leuker, een soort Rai Uno, een soort Vara, maar dan op een wat hoger niveau…’

Het gesprek ging al snel over de verdiensten in Hilversum. Witteman en Van Dam die 42 duizend gulden krijgen voor een avondje Lagerhuis spelen (wat ze ontkenden, maar bij natrekken toch waar bleek te zijn); een voormalige Groene-redacteur die zesduizend gulden krijgt voor een halfuurtje VPRO-televisie; salarissen van drie ton bij Nova…

Niemand is echt 'weg’ van deze programma’s, maar de salarissen zijn nog nooit zo hoog geweest.

'Maar wat voor een soort zender willen wij nou?’

Het bleef stil.



ANNO 2000 LIJKT de televisie over zijn hoogtepunt heen, maar toch: er wordt ontzaglijk veel gekeken, er wordt gigantisch aan verdiend, met televisie is onnoemelijk veel geld gemoeid (alleen al een programma als Big Brother maakte de eigenaren van Endemol binnen drie maanden tijd virtueel miljardair). Altijd weer blijkt overigens dat men niet weet wat televisie kost. Gemiddeld is dat negentigduizend gulden per uur (bij de commerciëlen ligt dat bedrag lager).

Televisie, wat moeten we ermee?

We vergeten dat het in wezen een prachtig medium is; niet alleen een venster op de wereld, maar ook een rechtstreekse nieuwsbron, een eigen kunstvorm, een machtig politiek instrument en een goedkope mogelijkheid om cultuur te ontsluiten voor een gans volk.
Televisie is zich in de jaren zestig en zeventig bewust geworden van haar mogelijkheden; de Gideonsbende bij de VPRO toonde ons dat. Maar de VPRO, ach, de VRPO is de VPRO niet meer. Gideon heeft daar zijn domineespak weer aangetrokken.

Maar wat voor een soort zender willen we dan? Wat zou het beste zijn?

Laten we eens wat voorwaarden formuleren. We willen televisie die informeert, dus met een goed journaal. (Kosten NOS-journaal voor twintig minuten per dag plus wat aanpassingen: vijftig miljoen per jaar. Ter vergelijking: het hele budget van AT5 - elke dag een paar uur televisie - bedraagt twaalf miljoen per jaar.) We willen televisie die ons iets leert à la Teleac. (Gemiddelde productieprijs voor een Teleac-cursus van een paar, meestal zes afleveringen: vijfhonderdduizend gulden.) We willen geamuseerd worden à la Paul de Leeuw (per aflevering van een uur ongeveer twee ton) en we willen goede eigen films (moet voor een miljoen per film kunnen).

Wat kost zo'n zender?

Ach, de meningen lopen hierover uiteen, maar met een zeshonderd miljoen moet het goed te doen zijn.

Maar dan hebben we één zender.

Heeft zo'n zender toekomst?

Niet wat betreft de kijkcijfers. Dus aan zo'n zender wordt ook niets verdiend. Zo'n zender kost kortom alleen maar geld. Valt een dergelijke zender te bekostigen door de omroepbijdragen? Makkelijk, vooral als we die zouden verhogen tot pak ’m beet vijfhonderd gulden per jaar, zoals de omroepbijdrage in Engeland met de befaamde BBC. Per slot van rekening kost een abonnement op een dagblad meer.

Het kan dus.

Het zal alleen niet gebeuren.



ALS JE DIT PLAN voorlegt, zoals een collega deed, aan Gerrit Jan Wolffensperger, de voorzitter van de NOS, dan zegt die: 'Zo makkelijk is het niet.’

En inderdaad: het idee kost nog geen vijftien regels op papier, maar de omroep is zo verziekt, zo decadent geworden dat het pas mogelijk wordt als het hele omroepbouwwerk definitief in elkaar is gestort. Verziekt: een collega had een goed programma-idee. Hij loopt er nu al twee jaar mee te leuren. Maar de 'netmanager’ wil het niet en dus mag het niet worden gemaakt. De netmanager wilde liever 'een spelletje’. Decadent: een andere collega, een vriend van de netmanager, had een heel slecht idee, maar mocht dat meteen uitvoeren. Het programma werd gemaakt met medewerking van meer dan twaalf sponsors en aan die productie verdiende de collega zelf meer dan drie ton. U vraagt zich misschien af: waarom noemt hij geen namen? Dat kan ik wel, maar doe ik niet, want ik weet niets zeker. Ik krijg geen inzage in de boeken, ik krijg niets te horen, netmanager noch uitvoerend producent wil er iets over kwijt.

Ach ja…

Het medium is ernstig in verval geraakt. Wat wordt bewonderd? Jeugd en hebzucht. Je hoeft niets te kunnen, je hoeft alleen maar mooi te zijn en een beetje ondeugend als Bart, de jongste bewoner van het Big Brother-huis. Hij kreeg tweeëneenhalve ton plus wat aardige emolumenten voor nietsdoen in een onderbroek in een huis met wat camera’s. Dat hij uit verveling met een vrouw neukte ('Zie, de mens’) vond men zulk groot nieuws dat het op de voorpagina van de grootste krant van Nederland terechtkwam.

Bewonderd wordt eveneens het slordige taalgebruik van zijn vriendje 'knuffelbeer’ Ruud - hij maakt niet alleen geen zin af, maar verhaspelt tevens alle uitdrukkingen, want zijn vocabulaire bestaat slechts uit een krappe vijfhonderd woorden. Zijn kromtaal werd mode en is derhalve een veelvoud waard van de scherpe meningen van welke opinieleider dan ook.

Domheid en verraad werden zelfs beloond als je kijkt naar Willem, de kok in hetzelfde Big Brother-huis. Dat is wat Big Brother ons leerde over televisie: elke vorm van kunde werkte juist in je nadeel als het ging om populariteit waarmee je geld kon verdienen. Big Brother als de parel van Aesopus. Misschien zijn intellectuelen juist daarom wel gefascineerd door Big Brother.




VERVAL OP DE BUIS kenden we al. Boef Menno Buch - als u zijn gezicht niet kent van de tv, dan toch wel op zijn minst van de foto’s op het politiebureau - mag toch immers ook televisie maken, evenals de door de politie gearresteerde Harry Mens of de bajesklant Heer Olivier. Ik kijk er graag naar. En ik kan geen intellectueel blad opslaan of ik moet weer lezen dat Michaël Zeeman voor honderdduizend gulden aan boeken heeft gestolen en waarschijnlijk daarom een boekenprogramma mag presenteren en geleerd mag doen over Wagner. Mag ik ook graag zien.

Decadentie. De best verkochte schrijver van het vorig jaar was weer Adriaan van Dis, de plagiator, lees ik in een opinieweekblad. Hij mocht tevens weer bij de VPRO presenteren. Hartstikke leuk. Een crimineel verleden strekt blijkbaar tot aanbeveling als je populaire televisie wilt maken. Toch gloort er hoop aan de horizon. Want televisie maken is ook een mentaliteit. Het is de mentaliteit van: 'Al hebben we geen geld, we kunnen toch iets moois maken, omdat we dat willen.’

Het is de mentaliteit van: 'We hebben geen geld, maar we moeten de mensen toch goed informeren.’ Het is de mentaliteit van: 'Ja, hier zal geen hond naar kijken, maar het is toch belangrijk dat we dit maken, want hiermee kunnen onze mensen zichzelf ontwikkelen en wie weet slaat het aan.’ Het is de mentaliteit van: 'Ik begrijp het niet, het zal wel kunst zijn, maar doe het maar, want jullie beleven er plezier aan.’

Waar vind je dat?

Niet bij de omroepen. Niet bij de netmanagers. Niet bij de commerciëlen - hoewel die meer open staan voor nieuwe dingen en experimenten (zie Big Brother) dan de publieken. (Niet vergeten dat alle omroepbazen Big Brother 'afgrijselijk’ vonden.)
Je vindt het bij de regionale zenders.

Je vindt het - dat je ne sais quoi - bijvoorbeeld bij AT5.

(Ik schrijf het nog een keer op: het bedrag van AT5 voor elke dag tv is twaalf miljoen. De Vara - twee dagen per week - krijgt, om maar eens een voorbeeld te noemen, uit de kijk- en luistergeldpot negentig miljoen per jaar!)



DE REGIOZENDERS scoren in de eigen regio met grote regelmaat hoger dan de publiekszenders. Ze kunnen nooit commercieel gaan, want daarvoor is hun commerciële markt te klein. (Slagerij Van Kampen kan geen vijftigduizend gulden voor een spotje betalen.) Maar ze zijn wel in staat creatiever, initiatiefrijker en slimmer te zijn dan de publiekszenders, ze moeten trouwens wel.

De kwaliteit van de regionale omroep is niet afhankelijk van commercie, maar, zoals het hoort, van de redactie.

Bij de regiozenders gebeuren ook de 'bijzondere dingen’. Daar worden de mensen ontdekt, de talenten gevormd (vorig jaar vertrokken zes AT5'ers naar andere omroepen), de nieuwe programma-ideeën geboren. Waarom? Omdat daar de ruimte geboden wordt voor nieuwe initiatieven, wat in Hilversum al lang niet meer mogelijk is.

En hoe zit het met dat toverwoord 'Internet’ en de nieuwe koning Midas die daar aan het hoofd zit en alles in goud zal veranderen? Zeker, het duurt niet lang meer of je kunt je televisie aan je computer koppelen en via Internet nieuws, films, porno en ander vermaak met je pincode en tegen betaling op elk gewenst moment bij je binnen halen.

Maar het is nog maar de vraag of u dat wilt. Zeg zelf, waarin bent u meer geiuml;nteresseerd: in wat er bij u in de straat gebeurt, of in wat er in Amerika gebeurt?

Het eerste wordt verzorgd door uw regionale zender, het tweede door Internet.
De toekomst is aan de regiozenders - al hebben ze geen geld - mits ze durf tonen en geen Hilversumpje willen spelen. Hilversum - het oude Rome in het groene graf van het Gooi - zucht intussen onder de krankzinnige keizer Nero en houdt zich bezig met brood en spelen.