Televisie

Televisie is familie

Gek was hij op de camera en die liefde was wederzijds. Dat velen die het apparaat op hem richtten hem haatten, deed er nauwelijks meer toe: bijna elk optreden maakte hem tot winnaar, of het geluid nu wel of niet aan stond. Natuurlijk kun je Wouke van Scherrenburg niet naar de keuken commanderen, zeker niet wanneer je zegt de islamitische vrouw te willen emanciperen – maar wie was er geïnteresseerd in consistentie van opvattingen en gedrag? Gevoel, daar ging het om. En geraakte snaren. Hij raakte er veel, meer pianospeler dan violist; meer Jan Vayne dan Alfred Brendel. Sommige snaren zuiver, vele vals. Hij hield van de camera als van de spiegel, maar dan nog veel meer – zich bewust van het feit dat die zijn heerlijke beeld aan miljoenen tegelijk openbaarde. En de camera hield van zijn eigenliefde, zijn zorg voor het uiterlijk, zijn intelligente en scherpe blik, die opponenten het liefste meden – niet alleen Melkert in die beruchte nacht. (Ook VVD’er Kamp heeft een blik in de ogen waaraan ik niet graag zou worden blootgesteld – maar die is killer, calvinistischer en volstrekt gespeend van gein en plezier in debat.)

De camera hield van zijn gemak, zelfbewustzijn en lef. En van het ‘unsagbare’ dat charisma wordt genoemd. Hij leek, meer dan enig ander politicus, te roepen om psychologische duiding – bikkelhard en overgevoelig, winnaar en open wond tegelijk. Maar wat ook zijn drijfveren waren, buiten politieke, dat veranderde niets aan zijn succes en maakte diezelfde duidingen tot haast machteloze gebaren. Veel van wat hij zei, deed en droeg, was ronduit potsierlijk – zijn balletrevérence toen Nagel hem op het schild liet heffen en het ‘at your service’, waarvan teleurstelde dat het van een reclamebureau bleek te komen – maar hij wist dat het als televisiescène werkte en kwam ermee weg vanwege een zekere gratie en omdat hij, naast Zonnekoning, tegelijk ook hofnar wilde zijn (aan wie immers alles wordt vergeven). Geen deprimerender beeld dan het crème de la crème van zijn nabestaandenlijst dat de solidariteit inzake het bewaren van zijn erfgoed wil herbevestigen door een collectief ‘at your service’ – geen ‘eed op kaatsbaan’ maar op laadperron.

Talentloze tovenaarsleerlingen. Hopelijk kennen ze de spreuk waarmee de bezem die de stal gaat reinigen tezijnertijd tot stoppen moet gebracht. ‘Louter emoties’, zegt Herben over de mislukte machtsgreep van Dost. Die zegt het na, met spottende, cynische blik die verraadt wat die woorden waard zijn. Niets vergeleken bij de scène waarin voorzitter Langendam en kamerkandidate De Jong ons toespreken – zij hangend aan zijn lippen, knikkend bij elk woord. Mag ‘Melkert moordenaar’?

‘Jaaa’, zegt hij, op een toon waaruit blijkt dat zo’n uitspraak wellicht niet correct doch zeer begrijpelijk is, om dan toe te voegen: ‘Dat vind ik niet zo leuk, dat moeten we dan nog bewijzen.’ Is dat laatste geestig bedoeld? Ook dan lijkt het de reactie van iemand die ternauwernood inslikt wat hij in de kroeg na acht bier beweert.

Je moet het allemaal gezien hebben, want dezer dagen kan een mens niet zonder televisie. Om van verbijstering naar verbijstering gekatapulteerd te worden. De allergrootste om die weerzinwekkende daad, net niet ‘live’ uitgezonden. Dan om de ontelbare schokgolven. ‘Je moet nu doodgaan’, zei Jan Mulder en dat gelijk werd akelig aangetoond. Publieken en RTL moesten reageren. Dat gebeurde met de verwarring en het ongeloof waarmee Harmen Siezen het bericht in zijn oor kreeg terwijl hij het nieuws las. Ik duid het ze niet euvel. Het waren die avond niet allemaal de juiste gasten. Sommige pogingen tot analyse waren zwak of het was gewoon het moment niet. Ik was blij die avond niet alleen te zijn, omdat je met naasten moet kunnen praten, haast ongeacht wat gezegd wordt. Maar ik besefte ook dat wij thuis de televisie daarbij nodig hadden. Die is, bizar, óók familie.

Aanstaande donderdag het laatste interview met Martin van Amerongen. ‘Drüben hinter ’m Dorfe steht ein Leiermann.’ Daarna akelige leegte.