Televisiefatsoen

Vorige week een geval van televisiewelgemanierdheid gezien dat deed beseffen hoezeer grofheid regel en fatsoen uitzondering is geworden. Niet alleen daardoor was De Plantage een indrukwekkende uitzending. Twee heren, beiden hoofdredacteur of dat geweest, aan tafel. De gespreksleidster vraagt over hun bladen, over het waarom van hun afscheid, over hun recent verschenen boeken. Het een over Bachs Passie volgens Matthaeus, het ander over een jeugd, overschaduwd door het NSB-lidmaatschap van de ouders.

Schaduw die zich uiteraard ook uitstrekte over de latere jaren. Het schrijven ervan was nodig maar heeft geen echte bevrijding opgeleverd, zoals Van der Zee zegt en zoals fysiek zichtbaar lijkt in het ongemak waarmee hij het gesprek voert. Wel levert het hem respect op en de vaststelling dat hij niet meer chantabel is. Voor zover hij dat al was, natuurlijk, want Van Amerongen en Groenteman benadrukken dat de zonde van de vader de zoon niet kan en mag worden aangerekend. Van der Zee weet dat maar lijkt het anders te ervaren.
Enerzijds krijgt de kijker het gevoel ‘het komt nooit meer goed’, anderzijds lijkt deze bijeenkomst voor de auteur van groot belang, mede door identiteit en geschiedenis van zijn gespreksgenoten, die op wel heel pijnlijke wijze betrokken waren bij de keuze van zijn ouders en wier zuivere redenering en houding hem een absolutie lijken te verlenen waarvan zijzelf nu juist vinden dat die niet gegeven hoeft. Ik geneer me enigszins voor een term als 'zuiver’, maar vind geen betere voor de manier waarop dit terrein vol voetangels, klemmen en mijnen door de drie betrokkenen werd betreden.
Er was een vierde, onzichtbare. Bij beide heren bleek het vertrek als krantebaas mede beïnvloed door de dood die in de naaste omgeving te frequent was verschenen. Van Amerongen raakte geroerd. Allereerst, en dat is al uitzondering aan het worden, werd die ontroering niet door de gespreksleidster uitgelokt en uitgewrongen. Zij wendde zich begripvol af. Bovendien geschiedde wat een mens niet meer voor mogelijk houdt: van de camera die de emotie registreerde werd overgeschakeld naar degeen die op de tafelgenoot was gericht. Om pas terug te keren toen de gevoelens in toom waren. Je zou Ellen Jens een prijs willen geven voor wat de normaalste zaak van de wereld dient te zijn en ooit, ook in de televisiewereld, was.
Zappen we naar Veronica’s binnenhuisprogramma. Ook daarin menige traan. In een zwaar gesponsord program over bijzettafeltjes en lamellen? Jawel. Kijkers mogen een friend of relation onder valse voorwendselen uit hun huis lokken om daarin een ruimte te laten herinrichten door een ploegje onder leiding van Jan des Bouvrie: Metamorfose. Inderdaad: onherkenbaar. Wij geloven onze ogen niet over zoveel trendy flauwekul en smakeloosheid. Waar de gelukkige dezelfde wansmaak heeft als de deskundigen vloeien tranen van ontroering. Maar menigmaal meenden wij te moeten meemaken dat verrasten het niet droog hielden bij het besef dat ze in deze postmoderne dependance van het Vagevuur enige jaren moesten slijten, wilden ze niet in eeuwige onmin geraken met de dierbare die hen voor verrassing had voorgedragen. Je komt thuis en je woonkamer/ nest/ schuilplaats is tot kitschdecor verbouwd. Pijnlijker televisie is er nauwelijks. Maar ik kan nauwelijks wachten tot de nieuwe metamorfose: zaterdag.